Spanje heeft de Wereldbeker voor het eerst sinds 2010 gewonnen na een overwinning op regerend kampioen Argentinië in de finale van 2026. De wedstrijd viel iets tegen in vergelijking met de voorafgaande hype, maar leverde genoeg drama op in de verlengingen en door individuele uitblinkers.
Argentijns doelman Emiliano Martínez speelde door met een gebroken vinger aan zijn rechterhand en noteerde een record in een WK-finale met tien reddingen in de eerste 98 minuten. Hij had in de zeven voorgaande wedstrijden van Argentinië op dit toernooi samen maar negen reddingen gepakt.
Spanje had in de eerste helft 62 procent balbezit en beperkte Lionel Messi tot één balcontact. De Spanjaarden hadden in de reguliere speeltijd ook 16 schoten op doel, terwijl Argentinië er nul had.
Argentinië werd na rust fysieker. Middenvelder Enzo Fernández kreeg in de 92e minuut zijn tweede gele kaart, waardoor zijn team de rest van de verlengingen met een man minder moest spelen.
Spanje kwam in de 98e minuut dicht bij de beslissing via een vrije trap buiten de zestien, maar Martínez redde opnieuw. Een mogelijke winnende treffer van Nico Williams Jr. net na de 100e minuut werd afgekeurd wegens een overtreding in het strafschopgebied.
Middenvelder Ferran Torres brak de ban in de 105e minuut met zijn eerste doelpunt van het toernooi, na een afvallende bal. Spanje kwam uit op twintig schoten in de reguliere tijd plus verlengingen, terwijl Argentinië pas in de 116e minuut zijn eerste schot op doel registreerde.
De zege betekent de terugkeer van Spanje aan de top van het wereldvoetbal en betekent waarschijnlijk het einde van de interlandcarrière van de 39-jarige Lionel Messi bij Argentinië.