Spanje heeft zich voor de tweede keer in de geschiedenis tot wereldkampioen gekroond na Argentinië in een finale die tot het einde toe werd betwist. Het beslissende doelpunt viel in de tweede helft van de verlenging en werd gescoord door Ferran Torres, die daarmee toetreedt tot het olympus van het Spaanse voetbal naast Andrés Iniesta.
De wedstrijd was zeer veeleisend. Emiliano Martínez hield zijn team met enkele verdienstelijke reddingen op de been, terwijl de scheidsrechter een Spaans doelpunt in de reguliere speeltijd zonder duidelijke reden afkeurde. Spanje produceerde twaalf schoten tussen de palen tegenover geen enkele van de Argentijnen, maar de stand bleef gelijk tot het slot.
De treffer kwam na een precieze voorzet van Pedro Porro naar de tweede paal. Nico Williams won het duel in de lucht van Nahuel Molina en kopte de bal in ideale positie voor Ferran Torres, die met de volle kracht van het team afrondde.
Met deze titel wordt Spanje wereldkampioen in zowel de mannen- als de vrouwencategorie. Daarnaast had het mannenteam al de Europese titel en olympisch goud op zak. Het huidige succes bevestigt de keuze voor een collectief, technisch en elegant spel dat de oude 'furia española' heeft vervangen.
Argentinië daarentegen koos voor een zeer fysieke en weinig constructieve stijl, vergelijkbaar met de aanpak tegen Engeland in eerdere rondes. Het team van Argentinië creëerde nauwelijks kansen en richtte zich vooral op het verstoren van het Spaanse spel.
De Spaanse overwinning biedt een waardig slot aan een toernooi dat met talrijke controverses was omgeven. Het goed gespeelde voetbal en het verdiende resultaat op het veld wonnen uiteindelijk van de obstakels en de defensieve tactieken van de tegenstander.