Spanje vond zijn beste versie zodra het de heuvels van Hollywood in zicht kreeg. In het land van de showbusiness ontplooide de nationale selectie het balbezit, de diepgang en de persoonlijkheid die haar stijl definiëren en zette Oostenrijk volledig klem, een tegenstander die fysiek sterker is dan in het collectieve spel.
Na de eerste minuten van Oostenrijkse druk overleefd te hebben, nam Spanje de bal in handen en liet die soepel circuleren over alle linies. De backs namen actief deel aan de opbouw en afwerking en zorgden voor voortdurende diepgang en gevaar. De elf van Luis de la Fuente bood een uur briljant voetbal dat de Spaanse supporter dichter bij de selectie kan brengen.
Luis de la Fuente hield het elftal dat al tegen Saoedi-Arabië had uitgeblonken intact, met Pedro Porro rechts en Dani Olmo in een zeer effectieve binnenspelpositie. Lamine Yamal moest het opnemen tegen de intense dekking van Laimer, maar de Spaanse kwaliteit won uiteindelijk.
Na de rust toonde Spanje zijn meest sprankelende en verticale voetbal. Een afgekeurde treffer van Cucurella wegens een eerdere overtreding remde het elan niet. Kort daarna gaf Cucurella de assist op Oyarzabal voor de openingstreffer.
In de tweede helft centreerde Baena voor Pedro Porro, die koppend de 0-2 aantekende. De derde treffer kwam eveneens via Cucurella, die Oyarzabal in stelling bracht. Oostenrijk, onder leiding van Rangnick, probeerde met wissels nog terug te komen, maar slaagde er niet in de Spaanse selectie echt in gevaar te brengen.
De engelen van het paradijs waren Spaans.