Een Spaanse veldhockeyselectie bestaande uit twintig spelers met een gemiddelde leeftijd van 27 jaar behaalde het wereldkampioenschap en evenaarde daarmee de beste positie die Spanje ooit bij de mannen heeft bereikt. De meeste spelers komen uit Barcelona, hoewel er ook Madrilenen bij zitten, en velen combineren topsport met een universitaire studie, zoals blijkt uit hun LinkedIn-profielen.
Het team had zes keer minder bondslicenties dan de tegenstander in de finale, Duitsland: 15.000 tegenover 90.000 in alle categorieën. Met deze bescheidener achterban evenaarden de Spanjaarden het hoogste punt uit de Spaanse mannengeschiedenis, aldus tv-commentator Nacho Usoz, een gezaghebbende stem in het nationale hockey.
Luis Calzado, die uitkomt voor de Nederlandse kampioen van de laatste EuroLeague Kampong, is een kleinzoon van een olympisch medaillewinnaar in Rome 1960. Zijn optreden was doorslaggevend voor de plaatsing van Spanje in de finale, vooral in de wedstrijd tegen Nederland, waar hij uitblonk in de één-tegen-één-duels.
Rafael Revilla, van Club de Campo, heeft al deelgenomen aan de Olympische Spelen. Betrouwbaar onder de lat en met veel ervaring, heeft hij zich de afgelopen jaren ontwikkeld tot vaste eerste keus.
Marc Miralles, aanvoerder en organisator van het team, speelt voor Real Club de Polo na een periode in de Nederlandse competitie. Hij heeft meer dan honderd interlands op zijn naam en is de eerste keus bij strafcorners, een aspect dat Spanje moet verbeteren om wereldkampioen te kunnen worden.
Iñaky Zaldua, verdediger van RC Polo en industrieel ingenieur, schreef zijn afstudeerscriptie over disruptieve technologieën toegepast op prestatie en management in het professionele hockey. Hij anticipeert goed en blijft in ontwikkeling.
Xavier Gispert, middenvelder van het Australische Canberra Chill, is een kleinzoon van pionier Jaume Amat en neef van legende Pol Amat. Hij heeft de directe, snelle en fysieke stijl van het Australische rugby overgenomen, breekt pressies en dribbelt met verticaliteit.
Chefo Basterra, aanvaller van het Belgische Royal Leopold met twee Olympische Spelen op zijn cv, scoorde zeven doelpunten op het WK, waaronder twee tegen Duitsland in de groepsfase en drie in de halve finale tegen Nederland.
Joaquín Menini, die speelt voor HC Rotterdam, werd in 2016 olympisch kampioen met Argentinië voordat hij van land wisselde vanwege meningsverschillen met de technische staf. Hij brengt ervaring, rust en de laatste pass.
Andere opvallende namen zijn Jordi Bonastre en Pepe Cunill, beiden van Atlétic Terrassa, waar ze uitblinken door hun veelzijdigheid en specialisatie in strafcorners. Ook Bruno Font, pas 21 jaar maar met de kalmte van een veteraan bij Junior FC, en Marc Reyné, die schitterde op de Spelen van Parijs met het Belgische Braxgata, maken deel uit van de selectie.