De Spaanse delegatie van de snelheidzwemmers is tevreden teruggekeerd van het EK van Parijs 2024. Hoewel de medailleoogst beperkt bleef tot het zilver van Hugo González op de 200 meter wisselslag en het brons van Laura Cabanes op de 200 meter vlinderslag, waardeert de Spaanse Zwemfederatie (RFEN) de collectieve vooruitgang.
Technisch directeur Santi Veiga van de RFEN legt uit dat het plan voor de cyclus 2020-2028 gericht is op het opbouwen van een sterk blok met een vaste aanwezigheid in de middagsessies en finales. Die consistentie leidt uiteindelijk tot medailles, aldus Veiga. Op het EK van Rome 2022 nam Spanje deel aan 12 finales in 43 onderdelen, met 13 startplaatsen. In Parijs 2024 steeg dat aantal naar 22 finales en 23 startplaatsen, ondanks de afwezigheid van Carles Coll door bureaucratische problemen en van Carmen Weiler door een blessure.
Ook de 16 nationale records die werden verbeterd, stemmen tevreden. Deze records hebben bijgedragen aan de twee medailles en tonen aan dat de ontwikkeling van het team niet mag stilvallen. De tijden uit Parijs 2024 zouden in Rome 2022 goed zijn geweest voor 11 medailles: twee gouden, zeven zilveren en twee bronzen. Twintig van de 23 finalisten zouden hun positie ten opzichte van dat kampioenschap hebben verbeterd.
Deze stap vooruit brengt ons dichter bij een verbetering van onze eerdere prestaties op het WK.
Veiga voegt eraan toe dat het doel juist deze continue aanwezigheid in finales was, omdat het WK volgend jaar lastiger wordt. Vanaf 2028 streeft men naar teams die kunnen meedingen om medailles, maar de eerste stap is met deze groei als team al gezet.
Binnen de federatie wordt de missie op dit EK als geslaagd beschouwd. Er liggen twee spannende jaren voor de boeg, met de voeten op de grond maar met een solide vooruitgang als blok.