President Trump voerde in 2025 verregaande tarieven in die alle grote consolefabrikanten ertoe aanzetten in de daaropvolgende maanden de prijzen te verhogen. Het Hooggerechtshof verklaarde die tarieven later ongrondwettig, waardoor de bedrijven substantiële teruggaven van de overheid ontvingen. Gamers hebben sindsdien collectieve rechtszaken aangespannen om een deel van de teruggekregen bedragen te eisen, wat juridische problemen oplevert voor Sony, Microsoft en Nintendo.
In juridische stukken verzetten de bedrijven zich fel tegen de rechtszaken. Sony ontving 508 miljoen dollar aan teruggaven, een bedrag dat hoger ligt dan wat het bedrijf betaalde voor de overname van Insomniac Games. De advocaten verklaarden bij een federale rechtbank in Californië dat consumenten die producten kochten tegen de geadverteerde prijzen geen herkenbaar juridisch nadeel hebben geleden.
De PlayStation-fabrikant voerde verder aan dat de prijsbeslissingen werden beïnvloed door meerdere factoren naast de tarieven. Uit gerechtelijke documenten bleek dat de prijzen ook na het vervallen van de tarieven opnieuw stegen, wat de bewering ondermijnt dat alleen de heffingen de verhogingen veroorzaakten.
Als tarieven de oorzaak van de prijsstijgingen waren geweest, zou men verwachten dat SIE de prijzen zou verlagen zodra de tarieven werden afgeschaft — en niet opnieuw zou verhogen. In plaats daarvan bevestigt de tijdlijn dat de prijsstelling van PlayStation-consoles een diverse en dynamische set van inputkosten omvat.
Microsoft nam een vergelijkbaar standpunt in als reactie op een parallelle rechtszaak. De advocaten van het bedrijf stelden dat er niets onrechtvaardigs is aan het verkopen van een Xbox tegen de geadverteerde prijs en het leveren van precies wat de koper heeft betaald, ongeacht latere theorieën over de kostenstructuur.
In de indiening werd de eisers uitgedaagd om specifiek bewijs te leveren dat een prijsverschil direct aan de tarieven was toe te schrijven en niet aan andere marktfactoren. Nintendo voerde vrijwel identieke argumenten aan in het verzoek om de zaak te seponeren.
De bedrijven kunnen op strikt juridische gronden in deze ongekende zaken in het gelijk worden gesteld. Toch kunnen hun standpunten buiten de rechtszaal op meer scepsis stuiten, waar veel consumenten de teruggaven direct koppelen aan de eerdere prijsaanpassingen.