Clubs met solide structuren volgen een duidelijke regel op de transfermarkt: jeugdspelers worden niet weggegeven. Deze premisse, herhaald door ervaren managers, verklaart waarom de Real Madrid er deze zomer in is geslaagd om bijna 200 miljoen euro binnen te halen via transacties met spelers die in eigen huis zijn opgeleid.
De witte club hanteert altijd dezelfde strategie: verkopen tegen toegankelijke prijzen, maar met 50 procent van de rechten op een toekomstige verkoop en vooral een terugkoopclausule. Zo behoudt de club de controle over de toekomst van de speler en zorgt het ervoor dat eventuele meerwaarde later terugvloeit naar de clubkas. Deze formule is, zij het in mindere mate, ook overgenomen door de FC Barcelona en de Atlético de Madrid.
Daartegenover heeft de Valencia CF verschillende transacties gedaan die voor controverse zorgden. De transfer zonder financiële compensatie van Lee Kang-in naar de RCD Mallorca, zonder zelfs maar een percentage van een toekomstige verkoop, werd een schoolvoorbeeld van het gebrek aan planning.
Een ander recent voorbeeld was dat van Hugo González. Onder leiding van Rubén Baraja en met Jorge Corona als verantwoordelijke voor de sportieve planning, liet de club de jonge doelman, die al had gedebuteerd in het eerste elftal, vertrekken naar de Celta de Vigo zonder iets terug te krijgen. Na een seizoen bij het filiaal van de Galiciërs heeft de speler zich onderscheiden in de voorbereiding van het eerste elftal van Celta.
Jeugdspelers worden niet weggegeven. Nooit.
Valencia hield wel een percentage achter in de deal rond Hugo González, in tegenstelling tot wat er met Lee Kang-in gebeurde. Toch wijkt de beslissing om de speler zonder initiële tegenprestatie weg te doen af van de gebruikelijke praktijken bij clubs die de opbrengst van hun jeugdopleiding prioriteren.