Het hedendaagse voetbal voert voortdurend aanpassingen door om een vlot en vloeiend tempo te behouden. Een van de recente maatregelen betreft de baljongens, die geen ballen meer rechtstreeks aan spelers mogen overhandigen of op het veld mogen gooien.
De regel moet het tempo van de wedstrijden standaardiseren en mogelijke manipulaties op basis van de stand tegengaan. Voorheen kon een baljongen van de thuisploeg de wedstrijd vertragen als zijn team voorstond of juist versnellen in het tegenovergestelde geval. Nu moeten ze de ballen alleen op de daarvoor bestemde houders langs de lijn plaatsen en zich daarna achter de reclameborden terugtrekken.
De ballen blijven zowel tijdens de rust als na afloop van de wedstrijd bewaakt om de procedure te waarborgen.
Verschillende bekende LaLiga-spelers begonnen hun band met het voetbal als baljongen in Spaanse stadions. Brahim Díaz was een vaste verschijning in La Rosaleda, waar hij vierde als Isco en Cazorla scoorden.
Bij Atlético de Madrid duikt Giuliano Simeone als kind op in beelden van het oude Calderón, waar hij samen met zijn vader Diego Simeone vierde bij doelpunten van de colchoneros. Tegenwoordig is Giuliano basisspeler in het eerste elftal en wordt hij opgeroepen voor het Argentijnse elftal.
Een recenter voorbeeld is Iker Luque, de jonge speler van Atlético die op 2 mei de winnende treffer scoorde in Mestalla. Nog maar enkele jaren geleden gooide hij ballen aan spelers als Koke, Griezmann, Oblak en Fernando Torres in het Calderón.
In de jaren tachtig vervulde een jonge Pep Guardiola dezelfde taak in het Camp Nou. Jaren later werd hij een van de centrale spelers van Barcelona onder Johan Cruyff en later een van de succesvolste trainers in de geschiedenis.
De baljongen verliest aan zichtbaarheid en wordt teruggebracht tot een meer mechanische taak. Hoewel sommige supporters de spontaniteit van vroeger missen, is de verandering bedoeld om de integriteit en het ritme van het spel te beschermen.