Met de Champions League-finale op 30 mei in het vooruitzicht beginnen Europese clubs de inkomsten na acht maanden competitie te berekenen. De zeges van Aston Villa in de Europa League en van Crystal Palace in de Conference League maken het mogelijk de bedragen voor de meeste deelnemers vast te leggen, met uitzondering van clubs als PSG en Arsenal.
De uitbetalingen hangen vooral af van de prestaties op het veld, gemeten in punten voor overwinningen en gelijkspelen, de eindklassering en bonussen voor knock-outrondes. Daar komen de tv-rechten en de historische coëfficiënten van de afgelopen vijf en tien jaar bij. Het prestige van elk toernooi zorgt voor duidelijke verschillen tussen de Champions League, de Europa League en de Conference League.
De Conference League verdeelt in totaal 198 miljoen euro. Veertig procent gaat naar de deelnamevergoeding, veertig procent wordt toegekend op basis van sportieve resultaten en de resterende twintig procent is gebaseerd op de waardepijler, inclusief de tv-ranking en de opgebouwde coëfficiënten.
Crystal Palace, winnaar van de finale in Leipzig, ontving ongeveer 20,4 miljoen euro. Daarnaast krijgt de club volgend seizoen vijf miljoen euro extra voor deelname aan de Europa League. Rayo Vallecano rondde de competitie af met 17,8 miljoen euro.
In de Champions League 2025-26 ontving Kairat Almaty, de ploeg met de laagste inkomsten, 21,2 miljoen euro. Dat is 800.000 euro meer dan Crystal Palace verdiende, een verschil dat de financiële kloof tussen de continentale competities illustreert.