De Ajax begon het seizoen van de Eredivisie 2026-27 met een krappe overwinning tegen PEC Zwolle. Onder leiding van Míchel slaagde het team erin met 0-1 te winnen in een wedstrijd die niet briljant was maar wel diende om de eerste punten te pakken.
Ter Stegen was de grote nieuwkomer in de basisopstelling. De Duitse doelman, die al op de bank had gezeten in de Conference League tegen Shelbourne, toonde zijn reflexen met een beslissende ingreep tegen Tobias Sommer in de eerste helft.
Vanaf de aftrap zocht de Ajax de balbezit en het initiatief, trouw aan de stijl van de nieuwe trainer. De scoringskansen bleven echter schaars en beperkten zich tot individuele acties van de jonge Ouazane.
Het team toonde zwaktes in de omschakeling na balverlies. PEC Zwolle creëerde meermaals gevaar, maar de verdediging en Ter Stegen hielden de nul tot aan de rust.
De rode kaart voor Floranus aan het begin van de tweede helft liet PEC Zwolle in numerieke minderheid achter. Míchel greep in met offensieve wissels en de Ajax nam de controle over.
Vijftien minuten voor tijd opende Mokio de score met een schot vanaf de rand van het strafschopgebied. In de blessuretijd maakte Brandt de eindstand definitief na een assist van Godts, die dicht bij een transfer naar PSG staat.
In hetzelfde weekend boekte ook Feyenoord de eerste zege van het seizoen door met 0-1 te winnen van Sparta Rotterdam in het Rotterdamse derby. Luciano Valente scoorde de winnende treffer in de eerste helft na een assist van Zeichël.
Mika Mármol begon in de basis en Nacho Ferri kwam in de tweede helft in de ploeg. De Rotterdammers moesten tot het einde doorbijten, nadat Sparta twee doelpunten in de slotminuten werden afgekeurd.