Lionsgate-ceo Jon Feltheimer heeft zich publiekelijk uitgesproken voor de voorgestelde fusie tussen Paramount en Warner Bros. Discovery tijdens de laatste earnings call van het bedrijf, waarbij hij de noodzaak benadrukte om de regelgevende onzekerheid snel op te lossen.
De transactie van 110 miljard dollar heeft de eerste regelgevende hordes genomen, maar liep in juli tegen een aanzienlijk obstakel aan toen de Writers Guild of America en procureurs-generaal uit twaalf staten een antitrustzaak aanspanden. Een rechter heeft inmiddels op belangrijke punten in het voordeel van de eisers geoordeeld, waardoor een volledige rechtszaak is uitgesteld tot maart volgend jaar. Waarnemers in de sector merken op dat de verlengde termijn extra druk oplevert nu de marktdynamiek snel verandert door technologische ontwikkelingen en verschuivende kijkgewoonten.
Op een vraag van een analist over de positie van Lionsgate antwoordde Feltheimer dat langdurige onzekerheid de sector schaadt. Hij sprak duidelijke steun uit voor de transactie, maar benadrukte vooral het belang van een einde aan de vertragingen die alle betrokken partijen kunnen raken.
Onzekerheid is het ergste voor onze business, en onzekerheid en vertraging is voor niemand goed. Ik ben voorstander van deze transactie, maar belangrijker nog, ik ben voorstander van zekerheid en ik wil alle vertragingen eruit halen.
Feltheimer sprak ook zijn directe steun uit voor David Ellison en herinnerde aan hun eerdere samenwerking aan de serie Manhattan. Hij beschreef Ellison als iemand die zich sterk inzet voor contentcreatie en toonde vertrouwen in diens plannen voor forse investeringen in filmproducties en het Paramount+-platform.
Recente gesprekken tussen de bedrijven hebben co-financieringsregelingen voor films onderzocht. Feltheimer merkte op dat een sterker en beter gefinancierd Paramount+ de kansen voor leveranciers als Lionsgate vergroot, zowel bij originele producties als bij licenties voor cataloguscontent.
Hij presenteerde de fusie als gunstig niet alleen voor zijn eigen bedrijf, maar voor de sector als geheel, met het argument dat een hogere filmproductie een opwaartse druk creëert die alle partijen ten goede komt ondanks de toegenomen concurrentie.