De Federal Communications Commission heeft een federale rechtbank in Washington D.C. gevraagd een rechtszaak over het First Amendment van ABC te verwerpen. Het netwerk beschuldigt de instantie van een represaillescampagne tegen zijn uitzendrechten.
ABC diende de rechtszaak op 18 augustus in. Daarmee wil het netwerk procedures tegenhouden die het verplichten om vervroegd verlenging aan te vragen voor zijn acht eigen stations. De actie volgde nadat Donald Trump het netwerk en zijn late-nightpresentator Jimmy Kimmel publiekelijk had bekritiseerd.
De rechtszaak noemt de maatregelen een existentiële dreiging. Volgens ABC zag het netwerk geen andere uitweg dan naar de rechter te stappen in plaats van toe te geven aan de eisen van de regering.
Via de Federal Communications Commission heeft de regering een represaillescampagne gevoerd tegen ABC om één reden: het keurt af wat ABC uitzendt.
De motie tot afwijzing van de FCC was verwacht. Ambtenaren betogen dat de zaak nog niet rijp is, omdat de instantie geen stappen heeft gezet om licenties in te trekken. Daarnaast zou afwijzing lopende onderzoeken naar vermeende onwettige discriminatie door Disney beschermen.
Brendan Carr, voorzitter van de FCC, gaf in april opdracht tot de vervroegde licentieonderzoeken. De acht ABC-stations zouden normaal pas in oktober 2028 aan hernieuwing toe zijn. Het is de eerste keer in meer dan vijftig jaar dat zo’n vervroegde beoordeling plaatsvindt.
Rechter Loren AliKhan van de federale rechtbank heeft een hoorzitting gepland op 6 oktober. Daar komen de standpunten over de reikwijdte van de bevoegdheid van de instantie en de bescherming van de vrije meningsuiting aan bod.