De achtste finales op het WK tussen Portugal en Kroatië eindigden met een plaatsing voor de Portugezen, maar werden overschaduwd door een flinke arbitrale controverse. Een goal van Josko Gvardiol in de extra tijd werd na ingrijpen van de VAR afgekeurd, waardoor de Kroaten het gevoel hadden dat de wedstrijd nog door had kunnen gaan.
In de 103e minuut creëerde Kroatië een duidelijke kans in het Portugese strafschopgebied. Matanovic kopte lichtjes, Renato Veiga tikte de bal terug en Pasalic nam hem aan voordat hij hem klaarleggde voor de afwerking van Gvardiol, die in het doel belandde.
De Noorse scheidsrechter Espen Eskas wees aanvankelijk naar het midden van het veld en keurde de treffer goed. De VAR greep echter in en de arbiter ging de beelden bekijken. Uiteindelijk werd de goal afgekeurd wegens buitenspel van Pasalic op het moment van de eerste kopbal van Matanovic.
De grootste discussie gaat over de kopbal van Veiga. De Kroaten vinden dat die aanraking Pasalic in spelpositie had gebracht en de hele actie had moeten goedkeuren. De verontwaardiging bij de Kroatische spelers was duidelijk zichtbaar, terwijl de Portugese bank juichend de beslissing vierde.
De actie, die bij goedkeuring tot verlenging zou hebben geleid, heeft een debat losgemaakt over de interpretatie van buitenspel in dit soort situaties en het oordeel van de VAR in WK-knock-outwedstrijden.