De Chinese maakindustrie verloor in oktober aan momentum. De laatste officiële cijfers tonen krimp en benadrukken de moeilijkheden waarmee China te maken heeft bij het in stand houden van het herstel en het behalen van de groeidoelstelling voor dit jaar.
De inkoopmanagersindex voor de maakindustrie, samengesteld door het National Bureau of Statistics, daalde in oktober naar 49,3 tegenover 50,1 de maand ervoor. Economen die Bloomberg ondervroeg, hadden gerekend op een mildere daling naar 49,9. Een stand boven 50 duidt op groei.
Ook buiten de industrie koelde de activiteit af. De index voor de niet-industriële sector, die bouw en diensten meet, zakte naar 49,7 tegenover 50,2.
De neergang trof zowel de productie als de nieuwe orders. De subindex voor productie daalde 1,9 punt naar 49,8, terwijl de maatstaf voor nieuwe orders 1,1 punt lager uitkwam op 49,4. Grote fabrikanten bleven in positief terrein op 50,2, maar middelgrote bedrijven zakten naar 48,4 en kleine bedrijven naar 47,5.
De high-tech industrie bleek veerkrachtiger: de pmi bleef op 51,3 en groeide nog ondanks de algehele krimp.
De zwakkere cijfers komen net nu China het laatste deel van het jaar ingaat, na een bescheiden opleving in het derde kwartaal. De autoriteiten hebben al gerichte maatregelen genomen, waaronder extra krediet voor kleine bedrijven en consumenten, hypotheekverlichting voor sommige huizenkopers en hogere obligatiequota voor lokale overheden.
Grote infrastructuurprojecten, waaronder het Six Networks-initiatief, gaan door en de autoriteiten hebben de deur opengehouden voor extra maatregelen als dat nodig is om de groei binnen de beoogde bandbreedte van 4,5 tot 5 procent te houden.