Enkele dagen geleden rondde het fonds Brookfield de overname van 100 procent van Oaktree Capital Management af, het bedrijf dat FC Inter in bezit heeft. Voortaan zal deze Amerikaanse vermogensbeheerder met meer dan een biljoen dollar aan activa onder beheer het historische Milanese club, huidig kampioen van de Serie A, exclusief leiden.
Het geval van Inter illustreert de diepe transformatie die de voetbalindustrie de afgelopen tien jaar heeft doorgemaakt. Clubs zijn geen persoonlijke projecten van weldoeners of prestigevoertuigen meer, maar zijn aantrekkelijke financiële activa geworden voor institutionele investeerders van allerlei pluimage, ongeacht de herkomst van het kapitaal of het beheermodel.
Het rapport ‘Football 2016-2026: La década que reescribió las reglas’, opgesteld door World Football Summit ter gelegenheid van zijn tiende verjaardag, herinnert eraan dat voetbal in 2016 nauwelijks interesse wekte bij institutionele investeerders. Clubbezit werd vooral geassocieerd met mecenaat, familie-erfenissen of geopolitieke strategieën, en financiële duurzaamheid was ondergeschikt aan sportief succes.
In die context was de komst van een fonds als Brookfield ondenkbaar. De sector heeft echter de noodzaak om met duidelijke regels en financiële discipline te opereren geïnternaliseerd, waardoor clubs, waarvan velen al een eeuw oud zijn, kapitaal van uiteenlopende profielen kunnen aantrekken.
Gregory Carey, managing director van Goldman Sachs, voorspelde al in 2017 tijdens de World Football Summit dat investeringen in sportfranchises een samengestelde jaarlijkse opbrengst van 15 procent hadden opgeleverd in de voorgaande 25 jaar. Clubs maakten operationele verliezen, maar de onderliggende waarde van hun activa groeide gestaag.
Markten haten onzekerheid
De oprichting van Special Purpose Vehicles (SPV) maakte het mogelijk om voorspelbare inkomsten, zoals tv-rechten en sponsoring, te scheiden van het operationele risico dat verbonden is aan sportieve resultaten. Deze structuur bood institutioneel kapitaal zekerheid.
De uitbraak van covid-19 zette deze nieuwe structuren op de proef. Ondanks de dubbelecijferige daling van de inkomsten door de sluiting van stadions, wisten de clubs dankzij de financiële garanties die in de voorgaande jaren waren opgebouwd snel liquiditeit te verkrijgen. De crisis stimuleerde ook nieuwe manieren van monetisatie, zoals de overeenkomst tussen LaLiga en CVC.
Samen met de financiële professionalisering kwamen de globalisering van investeringen en het multiclubmodel. In 2019 bestonden er ongeveer 100 clubs onder holdingstructuren; in 2026 overstijgt dat aantal de 400. Groepen als City Football Group en Red Bull hebben hun positie versterkt, terwijl anderen zoals 777 Partners of Eagle met ernstige problemen te kampen kregen.
Amerikaans kapitaal, waaronder ook Mexicaanse investeerders in LaLiga, heeft zijn aanwezigheid in de belangrijkste Europese competities fors uitgebreid. De gemiddelde prijs van een MLS-franchise bedraagt ongeveer 767 miljoen dollar, terwijl de mediaan in LaLiga EA Sports op 258 miljoen euro ligt, volgens het rapport LaLiga Stock Market 2026 van Intelligence 2P.
Het rapport van World Football Summit stelt dat de vraag vandaag niet meer is of de transformatie heeft plaatsgevonden, maar wat die heeft veroorzaakt. Private equity en staatsfondsen hebben professionaliteit gebracht in risicobeheer en investeringen, maar de vraag blijft of fondsen die zijn ontworpen voor rendement op korte termijn kunnen samengaan met de essentie van verbondenheid die historisch de waarde van clubs heeft bepaald.
De voetbalindustrie blijft evolueren en trekt steeds meer spelers aan in een sector die een hogere winstgevendheid en financiële duurzaamheid combineert.