Ari Emanuel heeft zijn steun uitgesproken voor de geplande overname van Warner Bros. Discovery door Paramount ter waarde van 110 miljard dollar. Hij noemde de rechtszaak die de transactie blokkeert onzin in een opiniestuk in The Wall Street Journal.
De executive chair en CEO van TKO Group Holdings ziet de combinatie als een mogelijke reddingsboei voor de entertainmentindustrie. Hij betoogt dat toezichthouders opzij moeten stappen zodat creatieve talenten weer fel kunnen concurreren.
De deal, die oorspronkelijk deze zomer zou worden afgerond, loopt nu vertraging op nadat twaalf staten een rechtszaak hebben aangespannen. Paramount stemde er later mee in de afronding uit te stellen tot na 1 juni 2027 of tot een gunstige rechterlijke uitspraak.
Emanuels positie kent ingebouwde connecties. Vorig jaar sloot UFC, dat onder TKO valt, een grote rechtenovereenkomst ter waarde van 7,7 miljard dollar met het door David Ellison geleide Paramount. The Journal noemde hem alleen als leider van TKO die met studio’s samenwerkt, zonder zijn rol bij WME Group te vermelden.
Emanuel schreef dat de procureurs-generaal beweren de concurrentie te beschermen, maar die juist dreigen te vernietigen. Hij wees erop dat de rechtszaak snelgroeiende rivalen als Amazon MGM, A24, Lionsgate en de uitbreidende bioscoopactiviteiten van Netflix, zoals de aankomende Narnia-film, over het hoofd ziet.
You know an antitrust case is trash when it ignores some of the fastest-growing competitors in the market.
Volgens hem staan bioscoopreleases al onder grote druk van YouTube, videogames en streamingdiensten. Beslissingen over groen licht, marketingbudgetten en releasedata vinden plaats in een breed competitief veld, niet in een nauwe bubbel van alleen studio’s.
De focus van de klacht op kabelconcentratie krijgt eveneens kritiek. Emanuel noemt het argument een afleidingsmanoeuvre die misschien in 2005 relevant was, maar vandaag de dag geen stand houdt door de krimpende betaaltelevisiemarkt en de opkomst van streamingplatforms.
Al met al ziet Emanuel de fusie als essentieel voor de toekomstige kracht van Hollywood, in plaats van een bedreiging voor de concurrentie.