ABC heeft hard teruggeduwd tegen de poging van de Federal Communications Commission om de First Amendment-rechtszaak te seponeren. In een nieuwe indiening bij de rechtbank stelt het netwerk dat de instantie geen zinvol weerwoord heeft geboden tegen aanwijzingen van een vergeldingsmotief achter de ongebruikelijke vervroegde beoordeling van de licenties van zijn acht eigen stations.
Het netwerk startte de zaak in augustus en stelde dat de zeldzame opdracht van de FCC voor vervroegde licentieverlenging bedoeld was om ABC te straffen voor berichtgeving en commentaar dat kritisch is over president Donald Trump. De klacht benadrukte openbare aanvallen van de president op de journalistiek van het netwerk en op late-nightpresentator Jimmy Kimmel, evenals eerdere waarschuwingen van FCC-voorzitter Brendan Carr, die door Trump is benoemd.
In de laatste indiening benadrukten de advocaten van ABC dat de zaak niet gaat over de vraag of FCC-regels zijn overtreden. Het netwerk stelt daarentegen dat de commissie het vervroegde verlengingsproces juist heeft gestart om vergelding te nemen voor ongewenste meningsuiting, een claim waar de instantie niet legitiem op heeft gereageerd.
De FCC vraagt de rechter de rechtszaak te seponeren. De instantie voert aan dat de vervroegde verlengingsopdracht voortkomt uit een lopend onderzoek naar diversiteit-, gelijkheids- en inclusiepraktijken bij moederbedrijf Disney. ABC wierp tegen dat deze uitleg de inhoud van de licentieprocedure ten onrechte vermengt met de afzonderlijke vraag of toezichthouders handelden uit politieke wraak.
The Commission ordered an unprecedented early license renewal proceeding to punish Plaintiffs for media coverage that the Administration dislikes. Defendants do not—and cannot—dispute that the First Amendment prohibits the government from exercising its regulatory powers to retaliate against a media organization for disfavored speech.
De indiening van ABC benadrukt verder dat de FCC geen bijzondere expertise bezit om te beoordelen of haar handelen werd ingegeven door de wens om beschermde meningsuiting te ontmoedigen. Het netwerk herhaalde dat het slechts een rechterlijke uitspraak over de constitutionele vraag nastreeft en geen oordeel over de omroepregels zelf.