Zyta Rudzka verwerkt kampherinneringen bijzonder knap in 'Het oogappeltje van dokter Josef'

woensdag, 29 april 2026 (12:15) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Zyta Rudzka’s roman Het oogappeltje van dokter Josef volgt twee oudere Poolse zussen, Czechna en Leokadia, die hun dagen slijten in een bejaardentehuis net buiten Warschau, in een hete zomer die hun broosheid en herinneringen blootlegt. Zeventig jaar eerder werden ze naar Auschwitz gedeporteerd en door dokter Josef — duidelijk een verwijzing naar Josef Mengele — geselecteerd omdat Czechna mooi was en ze een tweeling vormden. Die “keuze” redde hen van de gaskamers, maar maakte hen onderwerp van medische wreedheden en tekende hun lichamen en ziel voor altijd.

De roman opent vanuit de blik van dokter Josef: het twaalfjarige meisje verschijnt eerst als object van zijn wellustige aandacht. Daarna blijft de vertelling bij de zussen en hun medebewoners: alledaagse conversaties op het terras, klaagzangen over de hitte, herhalingen en merkwaardige wendingen in herinneringen. Rudzka toont hoe de trauma’s van het kamp zich onverhoeds een weg banen in het dagelijkse bestaan — in nachtmerries, in missende lichaamsdelen (Czechna verloor een arm), in fysieke afkeer van geuren (zoals chloor), en in de permanente weigering van aanraking. De bewoners praten over kinderen die ver weg wonen, slingeren tussen tragiek en absurditeit, en vormen samen een geheimtaal van aftakeling en tederheid.

De verhalende kracht zit in het contrast: het onopvallende, vaak komische geklaag van oude mensen tegenover de steeds aanwezige, sluimerende hel van Auschwitz. Kleine opmerkingen — “sinds het kamp…” — functioneren als littekens die plotswisseling en zwijgende gruwel veroorzaken. Rudzka laat ook zien dat verlangen blijft: de zussen dromen van kersen, een simpele lichamelijke lust die tegelijk ironisch en hartverscheurend is omdat zulke genoegens in het tehuis ontbreken.

Charlotte Pothuizen vertaalde de roman vlot en helder; Rudzka’s taal is ontwapenend direct maar ook vertederend fijnzinnig in de observaties van ouderdom en ontmenselijking. Het boek werkt als een onderzoek naar hoe het lichaam herinneringen draagt en hoe overleving soms gelijkstaat aan levenslange vervreemding — de “eer” van overleven heeft een bittere prijs.