Zwolle pakt speeltuinen aan, zodat ook Joëlle (9) kan meedoen
In dit artikel:
Stichting Het Gehandicapte Kind meldt dat 58% van de Nederlandse gemeenten inmiddels minimaal één inclusieve speelplek heeft; het doel is om dat percentage eind dit jaar naar 70% te brengen en in 2030 ieder dorp en stad minstens één samenspeelplek te laten hebben. Een woordvoerder noemt die ambitie “haalbaar, maar nog steeds een uitdaging.”
Zwolle springt eruit door te willen investeren in een inclusieve speeltuin in alle zeventien wijken; daarvoor is volgens RTV Oost 800.000 euro uitgetrokken. Veel andere gemeenten beginnen klein of hebben nog geen enkele samenspeelplek, zegt de stichting, waardoor Zwolle’s brede aanpak als voorbeeld geldt.
Voor ouder Tirza Poot uit Zwolle gaat zo’n terrein veel verder dan een aangepast toestel: haar dochter Joëlle zit in een rolstoel en komt op zandige speelplaatsen vaak letterlijk vast te zitten. “Dan sta je meteen buitenspel,” zegt Poot, die zich inzet in belangenclub Toegankelijk Zwolle.
Op dit moment heeft Zwolle twee inclusieve speelplekken; het streven is uiteindelijk één per wijk zodat kinderen zoals Joëlle zelfstandig kunnen bewegen, gebruikmaken van rolstoelvriendelijke toestellen en contact leggen met buurtgenoten. Naar schatting hebben ongeveer 100.000 Nederlandse kinderen een beperking waarvoor buitenspelen aanpassingen vereist.
De stichting en betrokken ouders benadrukken dat inclusie niet altijd duur of ingewikkeld hoeft te zijn: relatief simpele ingrepen — zoals verharde paden in plaats van zand — maken al veel verschil en bevorderen dat kinderen met en zonder beperking daadwerkelijk samen spelen. Dat doorbreekt het gescheiden opgroeien dat nu vaak voorkomt en levert leerzame ontmoetingen op.
Poot waarschuwt dat het niet de bedoeling is om een apart eiland te creëren; kinderen met een beperking willen gewoon meedoen en erbij horen. Haar hoop is dat toegankelijkheid uiteindelijk de norm wordt, wat niet alleen kinderen, maar ook ouders en grootouders met een beperking ten goede komt.