Zwemmende zeehonden lijken zich niet te storen aan zeil- en motorbootjes. 'Ik viel van de ene verbazing in de andere'

zaterdag, 31 januari 2026 (17:42) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Zeker bewijs ontbreekt dat ‘kalme recreatievaart’ — zeilbootjes, motorbootjes, kano’s en soortgelijke vaartuigen — zwemmende gewone zeehonden op de Wadden verstoort. Dat is de kern van vier jaar veldonderzoek door de 79-jarige populatiebioloog en zee-kanoër Robbert van der Eijk uit Groningen. Hij combineerde uitgebreid literatuuronderzoek, directe observaties (waaronder vanuit zijn zeekano) en analyse van webcambeelden en bestudeerde plekken zoals de Kuipersplaat, de bank bij het Vierhuistergat, de Punt van Reide en beeldmateriaal van Borkum.

Van der Eijk trof zeehonden aan die voortdurend in beweging zijn: op- en neerduiken, kop opsteken of juist nieuwsgierig naar vaartuigen toe zwemmen. In bijna zeventig waarnemingen zag hij geen enkel geval waarin een zwemmende zeehond schrok of wegschoot door de aanwezigheid van recreatievaartuigen. Dat wijkt af van veel eerder onderzoek dat vooral op afstand gebeurt (gps, vliegtuigen) en minder vaak met directe veldobservaties.

Wel zijn er duidelijke aanwijzingen dat zware scheepvaart en lawaaiige activiteiten wél verstoren. Studies tonen dat vrachtschepen en vooral het heien voor windparken zeehonden wegdrijven; tijdens heiwerkzaamheden verdwijnen zeehonden, vissen en andere zeedieren uit het gebied, waarna sommige soorten en ook weer zeehonden terugkeren zodra het geluid stopt. Ook werd benadrukt dat zeehonden grote afstanden (20–60 km) de Noordzee op zwemmen om voedsel te zoeken omdat de Waddenzee weinig voedingsrijk aanbod heeft.

Beleidsmatig leidt dit tot discussie. Van der Eijk en Wadvaarders benadrukken dat je zeehonden die op zandplaten rusten niet mag storen; rust voor aangebragte of uitgeputte dieren blijft essentieel. Tegelijk pleit de Vereniging Wadvaarders ervoor om het huidige verbod op doorvaart rond hoogwater in beschermde zeehondengebieden tijdens het werpseizoen mogelijk te heroverwegen, iets wat ruim 8.000 recreatievaarders raakt. De Waddenunit (ministerie) ziet aanleiding voor aanvullend onderzoek en wijst erop dat het vraagstuk deels draait om of het meezwemmen natuurlijk of door gewenning (bijvoorbeeld via opvang) is veroorzaakt. Voorlopig adviseert zij wadvaarders de rustgebieden te blijven omvaren tijdens de beperkte afsluitperiode (ongeveer half mei tot begin juli).