Zweden dichter bij verankering abortus in grondwet: „Verdrietig dat kerken zich het zwijgen laten opleggen"
In dit artikel:
De Zweedse Riksdag stemde woensdag in met een voorstel om het recht op abortus in de grondwet vast te leggen. Van de 349 parlementsleden stemden 281 vóór en 45 tegen. Het initiatief kwam formeel op 4 december 2025 van de regering en werd ingediend door vicepremier Ebba Busch (Kristdemokraterna). De regering motiveert het voorstel als bescherming van een breed gedragen democratisch recht, onder meer vanwege verontrustende ontwikkelingen in landen als Polen, Hongarije en bepaalde Amerikaanse staten.
Zweden heeft al lang één van de meest liberale abortuswetten: sinds 1975 kunnen vrouwen zelfstandig kiezen voor een zwangerschapsafbreking tot en met ongeveer 18 weken; daarna is het nog in uitzonderlijke gevallen mogelijk, en als de foetus levensvatbaar is (gewoonlijk rond 22 weken) stopt de mogelijkheid. Jaarlijks vinden in het land van ruim 10 miljoen inwoners tussen de 33.000 en 38.000 abortussen plaats. Onderzoek wijst uit dat een zeer ruime meerderheid van de Zweedse bevolking het recht op abortus steunt.
De stemming toonde ook interne verdeeldheid. Busch — leider van een traditioneel-christelijke partij — zei dat zij bescherming in de grondwet wil om toekomstige politieke verschuivingen tegen te gaan en wantrouwen over het partijstandpunt te beëindigen. Toch keerde een aantal leden van haar eigen partij zich tegen het voorstel; onder hen Hans Eklind, die als priester stelt dat leven bij de bevruchting begint maar tegelijkertijd vindt dat die overtuiging niet aan anderen kan worden opgelegd. Critici van rechts, zoals de nationalistische Sverigedemokraterna, pleiten ervoor dat zorgverleners op grond van gewetensbezwaren mogen weigeren mee te werken aan abortus — een wettelijke garantie die in Zweden momenteel ontbreekt.
Die afwezigheid van een recht op gewetensbezwaren is in de praktijk al belangrijk gebleken: de rechtszaken van verloskundigen Ellinor Grimmark en Linda Steen (2020) illustreerden dat ziekenhuizen kunnen eisen dat personeel het volledige takenpakket uitvoert, inclusief abortuszorg; de rechtbank oordeelde in het voordeel van de ziekenhuizen.
Ook de kerkelijke wereld is verdeeld. Hoewel ongeveer 57 procent van de Zweden zich als christelijk identificeert, steunt de grote Zweedse Staatskerk het behoud van het abortusrecht en de verankering ervan, ondanks het benoemen van een foetus als “menselijk leven in wording”. Meer conservatieve kerken — vrije evangelische stromingen en de Rooms-Katholieke Kerk — blijven tegen vergaande bescherming van abortusrechten. Sommige geestelijken spreken hun teleurstelling uit over het kerkelijk draagvlak voor het grondwetsvoorstel.
Formeel is de grondwetswijziging nog niet afgerond: in Zweden zijn twee afzonderlijke parlementaire stemmingen vereist, met tussentijds een verkiezing. Na de verkiezingen van september 2026 moet de Riksdag opnieuw stemmen; gezien de huidige steun lijkt dat vooralsnog vooral een formaliteit.