Zwart voor de ogen en een 'kotscontainer', de 1.500 meter is het ultieme sloopnummer
In dit artikel:
Kjeld Nuis, de 36-jarige regerend olympisch kampioen, gaat vanmiddag om 16.30 uur proberen zijn titel op de 1.500 meter te verdedigen. Die afstand geldt als de ultieme sloopwedstrijd in het schaatsen: het is geen pure sprint, maar ook geen typische langeafstandsbattle — sprinters en rijders van de midden- en lange afstand kruisen hier elkaars paden, met alle gevolgen van dien.
Technisch en fysiologisch is de 1.500 meter een lastig compromis. Volgens Mark Tuitert (olympisch kampioen 2010) en Nuis zelf draait het om een mix van uithoudingsvermogen en raw power: ongeveer de helft van de race wordt op aeroob (duur) vermogen gereden en de andere helft op anaeroob vermogen, dat kort maar extreem belastend is. Dat leidt tot een typische tactiek: een zeer harde start die je net niet maximaal uitput, gevolgd door een pijnlijke laatste minuut waarin je met verzuurde benen en afnemende concentratie moet blijven rijden. Daardoor verliezen pure sprinters vaak té veel snelheid in de laatste 500 meter — de extra afstand ten opzichte van de 1.000 meter maakt het verschil.
De belasting op het lichaam is extreem: gebrek aan zuurstof veroorzaakt duizeligheid, dubbel zien, zwarte vlekken, een metaalsmaak of zelfs braken (zoals bij Jordan Stolz in Inzell). Tuitert benadrukt dat de 1.500 ook mentaal zwaar is; veel rijders houden onbewust in om de pijn te minderen, maar dat verhindert snelle tijden. Training vereist bovendien een moeilijke balans: sprinters moeten meer duurvermogen ontwikkelen zonder snelheid te verliezen, langeafstanders moeten juist snelheid bijtrainen.
Nuis ziet Stolz momenteel als het beste voorbeeld van iemand die in de laatste 500 meter nog een krachtige versnelling kan leggen, iets waar hij zelf alleen als hij in topvorm is aan kan tippen. Ondanks het lijden blijft de beloning groot: wie de afstand beheerst, kan er opvallende resultaten en zelfs olympisch goud mee behalen. Direct na de wedstrijd lijkt liggen verleidelijk, maar dat is volgens Tuitert juist niet slim omdat het herstelproces dan verstoord wordt.