Zuurstokken in ons kikkerland
In dit artikel:
Lange, slanke poten, een gebogen snavel met een donker puntje en een roze verenkleed: dat zijn de kenmerkende kenmerken van de Europese flamingo, die wel degelijk in Nederland te zien is — soms zelfs in de winter. Hoewel deze soort in Nederland voorkomt, broeden ze niet binnen de landsgrenzen; de meest noordelijke broedplaats ligt net over de grens in Duitsland, het Zwillbrocker Venn, waar sinds 1983 een bekende kolonie bestaat. Na het broedseizoen trekken flamingo’s uiteen: sommige blijven rond de broedgebieden, anderen overwinteren in West-Afrika of ten oosten van de Middellandse Zee.
De Europese flamingo leeft vooral in ondiepe kustwateren, zoals lagunes en zoutpannen rond Spanje, Frankrijk en Sardinië. Ze broeden kolonievormend en leggen meestal één, soms twee eieren. Hun dieet bestaat vooral uit kreeftachtigen en kleine waterdiertjes, maar ook zaden, waterplanten en algen vormen voedselbronnen.
Niet alle flamingo’s in Nederland zijn automatisch wilde Europese vogels. In Zwillbrocker Venn zijn ook ontsnapte soorten waargenomen en succesvol gebleven, bijvoorbeeld de Chileense flamingo die oorspronkelijk uit Zuid-Amerika komt. Sommige flamingo’s in Nederland kunnen dus ontsnapte dieren zijn; anderzijds zijn er ook exemplaren gemeld die in Zuid-Spanje geringd waren, wat op natuurlijke zwervingen wijst.
Om Europese en Chileense flamingo’s te onderscheiden: let op poten (Europees roze, Chileens grijs met roze ‘knieën’), snaveltekening (bij de Chileense is ongeveer de helft zwart, bij de Europese alleen de punt) en kleurintensiteit van het verenkleed (Europees veel lichter). Ook andere ontsnapte soorten zoals de Caribische en de kleine flamingo komen in Nederland voor. Vogelaars verwelkomen deze opvallende vogels en hopen ze nog lange tijd te kunnen bewonderen.