Zussen beheren €75.000 aan beleggingen van hun broer, maar de bank wilde eerst toestemming van de rechter: die was helemaal niet nodig
In dit artikel:
Twee zussen die bewindvoerder zijn van hun broer, kregen van de kantonrechter van de Rechtbank Oost-Brabant te horen dat zij geen rechterlijke toestemming nodig hebben om opnieuw toegang te krijgen tot zijn beleggingsrekening. In de afgelopen jaren hadden zij samen met hun broer €75.000 belegd bij ASN Bank, voorheen RegioBank. Sinds het bewind was ingesteld, was de rekening voor hen niet meer toegankelijk.
Volgens de zussen stelde de bank als voorwaarde dat de rechter eerst toestemming zou geven voor een hoog risicoprofiel. Zelf wilden zij echter blijven beleggen volgens het bestaande neutrale profiel, met instemming van hun broer. De rechter oordeelde op 24 september 2026 dat de bank die eis ten onrechte stelde.
Doorslaggevend was dat de broer wilsbekwaam is en zelf toestemming kan geven. Zijn toestemming had hij al verleend. Op grond van artikel 1:441 van het Burgerlijk Wetboek hoeft een bewindvoerder dan niet voor iedere beleggingsbeslissing naar de kantonrechter. Alleen wanneer iemand niet zelf kan beslissen of niet instemt, is rechterlijke machtiging nodig.
De rechter verwees ook naar de aanbevelingen voor meerderjarigenbewind uit april 2025. Zonder toestemming mag een bewindvoerder alleen defensief of zeer defensief beleggen. Voor een hoger risico is vooraf toestemming vereist, maar die kan bij een wilsbekwame betrokkene door de betrokkene zelf worden gegeven.
Formeel werden de zussen niet-ontvankelijk verklaard, omdat de gevraagde machtiging niet nodig was. De beschikking waarmee het bewind is ingesteld, zou voldoende moeten zijn om de rekening vrij te geven. Of de bank dat inmiddels heeft gedaan, is onbekend. Bij een wilsonbekwame of niet-instemmende rekeninghouder blijft rechterlijke toestemming voor risicovoller beleggen wel noodzakelijk.
Vandaag Inside: Nieuwe versie van De Lama's krijgt Johan Derksen niet aan het lachen: 'Een grote aanfluiting!'