Zure gezichten na ploegenachtervolging: zilver voor Nederlandse vrouwen, mannen staan met lege handen

dinsdag, 17 februari 2026 (19:34) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

Rintje Ritsma, die drieënhalf jaar geleden de overstap maakte van schaatsanalist naar bondscoach, verliet Milaan teleurgesteld: de Nederlandse teams in de ploegenachtervolging behaalden geen olympisch goud. De mannen eindigden — net als vier jaar eerder in Beijing — op de vierde plaats, de vrouwen pakten wel podiumplek maar slechts zilver. Ritsma had gezegd dat hij „een hekel aan verliezen” heeft en wilde „het maximale uithalen”, maar diverse problemen stonden succes in de weg.

Bij de mannen stak vooral de samenstelling en voorbereiding van het team schril af. Na het vertrek van kopman Patrick Roest moest Ritsma een nieuw kwartet formeren: Chris Huizinga, Beau Snellink, Marcel Bosker en jonge Van de Bunt, met Sven Kramer-veteraan Bergsma als reserve. De regels van kwalificatie maakten het lastiger: wie zich niet op een individuele afstand plaatste, kwam niet automatisch in aanmerking voor de achtervolging, wat leidde tot discussie toen Bosker een toegewezen plek kreeg ten koste van sprinter Tim Prins. Daardoor had de ploeg nauwelijks wedstrijdervaring samen; de vier mannen hadden nog nooit samen in competitie gereden voordat ze in Milaan aantreden.

De wedstrijdverloop illustreerde de smalle marges. De kwartfinale tegen Frankrijk was nipt, in de halve finale probeerden Ritsma en ploeg met een andere opstelling Italië bij te benen maar werden in de laatste rondes geklopt door een late versnelling (1,79 seconde achterstand). In de strijd om brons tegen China kwamen de Nederlanders spectaculair terug, maar misten het podium met slechts 0,09 seconde. Spanningen tussen rijders escaleerden: Bosker verliet het stadion na de halve finale even richting het olympisch dorp en moest worden teruggeroepen — een incident dat Ritsma als gebrek aan respect bestempelde.

De vrouwenkoppeling — met de vaste formatie Beune, Groenewoud en Rijpma-de Jong — arriveerde als favoriet. De drie domineerden het afgelopen seizoen in de wereldbeker en waren wereldkampioen, en hadden weinig interne onrust. Toch bleek ook hier het goud buiten bereik: in de halve finale knokten ze zich nipt voorbij Japan, maar in de finale werden ze op de tweede helft gepasseerd door Canada, die met bijna een seconde voorsprong won. Beune erkende dat de ploeg simpelweg niet harder kon.

Ritsma benadrukte dat bondscoach zijn geen eenvoudige taak is — niet in het minst door botsende belangen tussen commerciële ploegen en nationale selecties — en liet doorschemeren dat hij misschien nog eens een olympisch traject aangaat als hij hiervan hersteld is. De uitkomst in Milaan bevestigt het patroon van de afgelopen twee decennia: ondanks de status van Nederland als schaatsmacht blijven olympische successen op de ploegenachtervolging uit, terwijl landen zonder dezelfde schaatstraditie het goud meenemen.