Zuid-Koreanen mogen voor het eerst Noord-Koreaanse krant lezen
In dit artikel:
Voor het eerst sinds de oprichting van de Republiek Korea in 1948 mogen Zuid-Koreanen de papieren versie van de Noord-Koreaanse staatskrant Rodong Sinmun inkijken. De krant, vol lofzangen over leider Kim Jong-un en zijn familie, was tot nu toe alleen toegankelijk onder strikt afgebakende voorwaarden (zoals voor journalisten en onderzoekers). De vrijgave past in de koers van president Lee Jae-myung om de betrekkingen met Noord-Korea te verbeteren en te vertrouwen op het beoordelingsvermogen van burgers om propaganda te herkennen.
De toegang is echter beperkt: fysieke exemplaren mogen alleen worden ingezien op 181 daarvoor aangewezen plekken, zoals bibliotheken, overheidsgebouwen en onderwijsinstellingen. De digitale versie van de krant blijft geblokkeerd; sinds 2008 blokkeert Zuid-Korea over het algemeen Noord-Koreaanse websites en de regering zegt te blijven werken aan vergrote toegang tot zo’n zestig Noord-Koreaanse sites, maar heeft daar nog geen concrete versoepeling voor aangekondigd.
De maatregel is zowel een symbolische als politieke stap. Lee redeneert dat het verbod verouderd wantrouwen weerspiegelt en dat openheid kan bijdragen aan een beter begrip van de Noord-Koreaanse werkelijkheid. De versoepeling komt naast andere pogingen tot toenadering: zo verwijderde Noord-Korea recentelijk propagandaluidsprekers langs de grens, kort nadat Zuid-Korea dat deed. Toch blijven veel handreikingen van Seoel tot nu toe onbeantwoord door Pyeongyang.
Opinies over de gevolgen lopen uiteen. Bada Nam, secretaris-generaal van PSCORE (een organisatie gericht op hereniging), meent dat de kans op massale beïnvloeding door Noord-Koreaanse media klein is; hij stelt dat alleen een marginale groep door dit soort propaganda wordt aangetrokken en dat Zuid-Koreanen toegang hebben tot tegeninformatie. Critici maken zich vooral zorgen over Noord-Koreaanse vluchtelingen in Zuid-Korea, die zich mogelijk kwetsbaarder zouden voelen, al betwijfelt Nam dat politieke boodschappen veel navolging vinden.
Sommigen, waaronder Chad O’Connell van NK News, noemen de maatregel vooral symbolisch: het lezen van papieren kranten op speciale locaties remt onderzoek en brede verspreiding, en maakt het lastiger om teksten systematisch te doorzoeken dan bij online publicaties. Als Seoel echt wil dat burgers beter geïnformeerd raken over het noorden, zou het openstellen van de website effectiever zijn.
Kortom: de beperkte legalisering van de Rodong Sinmun is een politiek gebaar in Lee’s poging tot toenadering, maar de praktische impact op kennisdeling en beïnvloeding blijft onzeker.