Zuid-Koreaanse vrouw schuldig bevonden aan moord op haar pasgeboren baby
In dit artikel:
Een Zuid-Koreaanse rechtbank heeft een vrouw, een chirurg en de directeur van een ziekenhuis schuldig bevonden aan de dood van een pasgeboren baby nadat een late abortus was uitgevoerd. De chirurg kreeg vier jaar cel, de ziekenhuisdirecteur zes jaar; de vrouw kreeg een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie jaar.
De zaak kwam aan het licht nadat de vrouw twee jaar geleden een video op YouTube plaatste waarin ze beschreef dat ze na ongeveer 36 weken haar zwangerschap had laten beëindigen. De video veroorzaakte veel verontwaardiging en leidde tot politieonderzoek. Aanklagers stellen dat de arts de foetus via een keizersnede levend ter wereld bracht en dat het kind daarna is gedood; volgens het dossier werd het lichaam in een vriezer gelegd en werden medische dossiers vervalst om het als een doodgeboorte te laten lijken. De chirurg en de directeur hebben schuld bekend.
In de rechtbank zei de vrouw dat ze haar zwangerschap pas rond zeven maanden ontdekte en dat ze vanwege financiële onzekerheid en angst voor geboorteafwijkingen (zij had tijdens de zwangerschap gerookt en gedronken) een abortus wilde. Medisch personeel verklaarde echter dat de foetus gezond was en dat de vrouw op de hoogte zou zijn geweest dat een keizersnede een levend geboren kind kon opleveren; zij ontkent dat.
De rechter hield bij het vonnis rekening met het ontbreken van duidelijke nationale regelgeving rond abortus en met de beperkte ondersteuning voor vrouwen in zulke situaties. In Zuid-Korea werd de strafbaarheid van abortus in 2019 opgeheven, maar sindsdien ontbreken regels over bijvoorbeeld tot welk zwangerschapsmoment een abortus is toegestaan. Het is de eerste keer dat een zaak over een late abortus zo leidt tot een moordveroordeling.
Amnesty International riep op tot onmiddellijke wettelijke kaders; de organisatie waarschuwt dat gebrek aan regulering zwangere vrouwen kan blootstellen aan uitbuiting, onveilige medische praktijken en barrières voor essentiële zorg. Aanklagers zeggen bovendien dat het betrokken ziekenhuis rond 500 abortussen uitvoerde en daar volgens schattingen ruim 800.000 euro voor ontving; vrouwen werden via tussenpersonen naar het ziekenhuis geleid.