Zuhal Demir onder vuur: deed kabinet aan "vriendjespolitiek" bij toekenning overheidsopdracht?

woensdag, 7 januari 2026 (05:35) - VRT Nieuws

In dit artikel:

Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir staat onder zware kritiek nadat ze een openbare aanbesteding voor een expertisecentrum, bedoeld om basisscholen te ondersteunen bij de invoering van de nieuwe minimumdoelen, heeft stopgezet en vervolgens direct 8,2 miljoen euro subsidie toekende aan het onderzoeksteam van Tim Surma (Thomas More). De beslissing leidt tot beschuldigingen van vriendjespolitiek, politieke verdeeldheid en vragen over goede bestuurscultuur.

Achtergrond: vorige zomer keurde Vlaanderen nieuwe minimumdoelen voor het basisonderwijs goed — bijna twintig jaar na de vroegere eindtermen — en de regering wilde zogenoemde inspiratiescholen inzetten als voortrekkers. Leerpunt, het door de overheid gefinancierde onderzoekscentrum, schreef daarop een openbare aanbesteding uit voor een nieuw expertisecentrum dat scholen praktisch zou ondersteunen bij de veranderingen. Eind november bleek die aanbesteding geschrapt; een maand later kreeg Thomas More de subsidie voor het project “Vlaanderen Kennisrijk Kansrijk”.

Onrust en onderzoek: een voormalige adjunct-kabinetschef van Demir diende een klacht in bij Audit Vlaanderen en nam ontslag, naar eigen zeggen uit onvrede met de aanpak. Audit Vlaanderen voerde een vooronderzoek maar sloot dat af zonder gevolgen. Uit interne notities en e-mails blijkt evenwel dat het kabinet de dossiers koppelde: de argumentatie vermeldde dat Thomas More door betrokkenheid bij de expertencommissie vertrouwd is met de nieuwe minimumdoelen, en dat daarom middelen van Leerpunt aan Thomas More werden toegewezen.

Kritiek: oppositie en ook coalitiepartners vinden de toelichting ontoereikend. De inspectie van Financiën keurde de subsidie pas na enige terughoudendheid goed en oordeelde dat het dossier “geen teken van goed beleid” is, onder meer vanwege gebrekkige motivering. Diverse onderzoeksgroepen (rond UGent, UAntwerpen en KU Leuven) die wel op de oorspronkelijke aanbesteding inschreven voelen zich benadeeld; zij zeggen tijd en middelen in hun voorstellen te hebben gestoken en overwegen juridische stappen. Kritiek richt zich ook op de reikwijdte van de nieuwe subsidie: Thomas More zal met de middelen vooral een tiental pilootscholen begeleiden en activiteiten als podcasts en vertalingen voortzetten, wat veel minder lijkt te bereiken dan het oorspronkelijke, ruimere aanbestedingsproject.

Reacties van betrokkenen: Thomas More benadrukt dat de twee dossiers onafhankelijk zijn en dat de subsidie de reële kosten over vier jaar dekt; het kabinet van Demir zegt dat de toekenning proportioneel is aan de concrete ondersteuning die geleverd wordt en dat Surma’s expertise bij de nieuwe onderwijsvisie hoort. Tegenstanders waarschuwen dat de aanpak het risico inhoudt dat slechts een beperkte groep scholen profiteert terwijl alle 2.700 Vlaamse basisscholen ondersteuning nodig hebben bij de invoering van de minimumdoelen.

Kernvraag blijft: waarom werd een open aanbesteding opgeheven waarna vrijwel gelijkluidende middelen naar één onderzoeksgroep gingen? De politieke en juridische nasleep kan leiden tot verdere parlementaire verhoren en mogelijk procedures door de benadeelde instellingen.