Zorgen over lekken leiden tot strenger toezicht op CO2-opslag in Noordzee
In dit artikel:
Het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) zet in zijn jaarplan voor het eerst expliciet in op toezicht op CO2‑opslag in lege gasvelden op de Noordzee, bedoeld om emissies uit de Rotterdamse industrie op te slaan. De toezichthouder signaleert bij de start van grootschalige projecten nieuwe onzekerheden rond mogelijke lekken, bodembewegingen en wie op lange termijn aansprakelijk is voor risico’s bij oude en nieuwe putten en afsluitende gesteentelagen.
Grootschalige injectie begint vanaf 2026, onder meer met Porthos (ongeveer 2,5 megaton CO2 per jaar). Het veel grotere Aramis‑project zou rond 2030 moeten starten met circa 22 megaton per jaar. Inspecteur‑generaal Theodor Kockelkoren kondigt daarom aangescherpt toezicht aan, waarbij zowel de ondergrondse veiligheid als bovengrondse installaties en langetermijneffecten voor omwonenden centraal staan.
SodM waarschuwt voor ‘gestapelde mijnbouw’: CO2‑opslag komt vaak terecht in gebieden met eerdere gaswinning of waar in de toekomst mogelijk waterstof wordt opgeslagen, wat gecombineerde risico’s kan geven. Na stopzetting van injectie blijft decennialange monitoring van druk en mogelijke lekkages noodzakelijk, en moeten afspraken over monitoring, schadeafhandeling en wie betaalt duidelijk vastliggen — zeker als de staat later als exploitant optreedt.
Daarnaast blijft SodM waarschuwen dat de nasleep van gaswinning in Groningen nog jaren merkbaar is. De beving bij Zeerijp op 14 november 2025 illustreert dat de ondergrond niet tot rust is gekomen; duizenden woningen moeten nog versterkt worden en schadeafhandeling vraagt om snelle, zorgvuldige en menselijke afwikkeling.