Zorgen over chemische stoffen in zonnebrandcrème: toezichthouder onder vuur
In dit artikel:
Een recente uitzending van 9 News Australia heeft vragen opgeroepen over de veiligheid van bepaalde chemicaliën in Australische zonnebrandmiddelen, met speciale aandacht voor producten voor kinderen. De controverse draait om twee chemische UV-filters: homosalaat en 4‑MBC (methylbenzylideenkamfer). De Australische toezichthouder Therapeutic Goods Administration (TGA) zou intern al zorgen hebben geuit over mogelijke hormoonverstorende effecten, maar deze bevindingen niet volledig openbaar hebben gemaakt en traag zijn in het aanscherpen van regels.
Homosalaat, een veelgebruikt UV-absorptiemiddel, is in de EU beperkt tot maximaal 7 procent in zonnebrandformules; Australië staat nog concentraties tot 15 procent toe. Volgens de reportage komt homosalaat voor in verschillende kinderproducten en suggereert intern TGA-materiaal dat het filter wellicht alleen geschikt moet zijn voor volwassenen en beperkt gebruik op handen en gezicht verdient. Een definitieve beperking was bij uitzending nog niet doorgevoerd.
Ook 4‑MBC ligt internationaal onder vuur: het middel is in sommige landen al verboden of nooit goedgekeurd (Denemarken verbood het ruim 25 jaar geleden; de VS en China keuren het niet; het VK werkt aan een verbod). In Australië werd 4‑MBC via Freedom of Information‑documenten teruggevonden in meer dan honderd producten, waaronder bepaalde Banana Boat-producten. In die verkregen documenten uitten TGA-medewerkers zorgen over het endocriene risico en riepen zij op tot prioriteit voor herbeoordeling.
De FOI-verzoeken zijn ingediend door Joseph Mizuchowski, producent van zink-gebaseerde (minerale) zonnebrand, die de TGA verwijt onvoldoende transparant te zijn. De uitzending heeft daarmee ook de bredere discussie aangewakkerd over chemische versus minerale zonbescherming: chemische filters absorberen UV-straling, minerale producten (zinkoxide, titaniumdioxide) reflecteren die. Voor consumenten roept dit de vraag op of zij mineralen moeten overwegen als alternatief, terwijl wet- en regelgeving en wetenschappelijke evaluaties verdere uitsluitsel moeten geven over langdurige gezondheidseffecten.