Zoon stond sinds 2011 met zijn moeder op het huurcontract, maar nu zij is verhuisd moet hij de woning van Parteon toch uit
In dit artikel:
Een zoon die in 2011 samen met zijn moeder een eengezinswoning van woningcorporatie Parteon in Zaandam huurde, mag de woning niet houden nadat zijn moeder is verhuisd. De kantonrechter in Zaanstad bepaalde dat de huurovereenkomst wordt ontbonden en dat de zoon binnen drie maanden moet vertrekken. Tot die tijd moet hij €637,44 per maand betalen. Het vonnis dateert van 10 september 2026 en werd op 23 oktober gepubliceerd.
Hoewel de naam van de zoon op het huurcontract stond, woonde hij volgens de rechter tussen 2011 en 2025 niet structureel in de woning. Zijn moeder betaalde de huur, stond als enige op het adres ingeschreven en gaf eerder aan dat haar zoon er niet woonde. Zij verhuisde in de zomer van 2025 naar Amsterdam. Pas daarna schreef de zoon zich in op het adres, nam hij de huurbetalingen over en vroeg hij Parteon om het contract op zijn naam te zetten.
De rechter oordeelde wel dat Parteon hem in 2019 niet zonder meer van het contract had mogen verwijderen. Omdat hij als huurder was vermeld en daartegen bezwaar had gemaakt, bleef hij formeel huurder totdat de overeenkomst rechtsgeldig zou eindigen. Dat betekende echter niet dat hij automatisch recht had op de woning. Volgens de huurvoorwaarden moest iedere huurder zelf in de woning wonen en daar zijn hoofdverblijf hebben.
Omdat moeder en zoon samen een ruime woning met drie slaapkamers hadden gehuurd, mocht Parteon ervan uitgaan dat beiden er zouden wonen. De zoon kon dat niet aantonen. Hij bracht enkele pinbetalingen, winkelrekeningen, een huisartsverslag en een verklaring van een buurman in, maar volgens de rechter bewezen die stukken hooguit incidenteel verblijf. Hij vertelde bovendien dat hij voor zijn werk op verschillende momenten een kamer in Amsterdam had gehuurd, zonder duidelijk te maken wanneer en hoelang.
Dat de zoon zonder de woning mogelijk dakloos zou worden, veranderde de uitkomst niet. Parteon had aangevoerd dat hij in 2025 kandidaat was voor een sociale huurwoning in Eindhoven. Omdat sociale huurwoningen schaars zijn, woog het langdurig niet bewonen van de woning zwaar. De ontruiming mag bovendien doorgaan als de zoon in hoger beroep gaat.
De zaak laat zien dat een naam op het huurcontract niet automatisch betekent dat een volwassen kind de woning van een ouder kan overnemen. Wie medehuurder wil worden, moet doorgaans aantonen dat hij al minstens twee jaar samenwoont, een duurzame gemeenschappelijke huishouding voert en de huur zelfstandig kan betalen. Wie wel op het contract staat maar niet in de woning woont, blijft mogelijk huurder, maar kan juist daardoor ook worden aangesproken op de verplichting om er daadwerkelijk te wonen.
Vandaag Inside: Tina Nijkamp krijgt opvallende kijkersvraag voorgeschoteld: ‘Neeee, Jezus!’