Zoon haalt met gemachtigdenpas en als executeur €191.979,35 van moeders rekening en verliest bij de rechter ook zijn eigen een derde erfdeel
In dit artikel:
De Rechtbank Midden-Nederland heeft op 27 mei 2026 een zoon veroordeeld tot betaling van in totaal €191.979,35 aan zijn broer en zus. De man had sinds februari 2016 een gemachtigdenpas voor de bankrekening van zijn moeder en was na haar overlijden in 2022 executeur. In haar testament had de moeder haar drie kinderen ieder voor een derde als erfgenaam aangewezen.
Na inzage in de bankafschriften ontdekten de broer en zus voor €135.027,96 aan contante opnames, overboekingen en pinbetalingen die tijdens het leven van hun moeder niet konden worden verklaard. De rechtbank legde de zoon, die vrijwel als enige zicht had op haar financiën, de bewijslast op om aan te tonen dat de uitgaven met toestemming waren gedaan. Zijn beroep op mondelinge toestemming of schenkingen achtte de rechter ongeloofwaardig. Er was niets schriftelijk vastgelegd, er was geen aangifte schenkbelasting gedaan en verschillende transacties pasten niet bij de gezondheidstoestand van de moeder, die onder meer in een verpleeghuis woonde en kort voor haar overlijden bedlegerig was.
Na correcties voor uitgaven die wel voor de moeder zouden zijn gedaan, stelde de rechtbank vast dat de zoon vóór haar overlijden €128.380,66 onrechtmatig aan haar vermogen had onttrokken. Een beroep op verjaring ging niet op, omdat de termijn volgens de rechter pas begon te lopen toen de broer en zus na het overlijden toegang kregen tot de bankgegevens en zowel de schade als de vermoedelijke verantwoordelijke konden vaststellen.
Ook na het overlijden gebruikte de zoon geld uit de nalatenschap voor zichzelf. Hij maakte €75.091,78 over naar zijn eigen rekening. Na aftrek van €12.643,44 aan uitvaart- en notariskosten bleef €63.598,69 over voor de erfgenamen. Dat bedrag besteedde hij aan onder meer levensonderhoud, schoenen en kleding. Hij verklaarde dat hij uit wrok tegen zijn broer en zus had gehandeld.
Omdat hij zijn schuld aan de nalatenschap opzettelijk voor de andere erfgenamen had verzwegen, paste de rechtbank artikel 3:194 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek toe. Daardoor verbeurde hij zijn eigen erfdeel volledig. Zijn broer en zus krijgen ieder €95.989,68, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 21 maart 2025. Daarnaast moet hij €3.433,21 aan beslagkosten en €4.724,50 aan proceskosten betalen.
Een afzonderlijke claim van €137.327,70 tegen de zoon van de veroordeelde werd afgewezen. Dat familielid zou mogelijk hebben meegeprofiteerd van betalingen bij autoshows en gespecialiseerde autobedrijven, maar volgens de rechtbank waren de aanwijzingen daarvoor onvoldoende. De broer en zus moeten hem daarom gezamenlijk €4.381 aan proceskosten vergoeden.
Vandaag Inside: Johan Derksen hoort Gerard Joling over Nederlandse politiek: 'Ik ben zo blij dat je er bent!’