Zoon haalt met bankpas en als executeur €191.979,35 van moeders rekening en moet door verzwijging het hele bedrag aan broer en zus betalen

zaterdag, 17 oktober 2026 (11:37) - Dagelijkse Standaard

In dit artikel:

De Rechtbank Midden-Nederland heeft een zoon veroordeeld tot betaling van €191.979,35 aan de nalatenschap van zijn moeder. Het bedrag bestaat uit €128.380,66 aan onverklaarde opnames en betalingen vóór haar overlijden en €63.598,69 die hij na haar dood voor zichzelf gebruikte.

De moeder overleed in 2022. Haar drie kinderen waren ieder voor een derde erfgenaam; een van haar zoons was bovendien executeur en beschikte sinds 2016 over een gemachtigdenpas voor haar bankrekening. De moeder was door ziekte en haar beperkte mobiliteit afhankelijk van hulp. Nadat zij naar een verpleeghuis was verhuisd, regelde haar zoon haar financiële zaken, terwijl zijn broer en zus geen inzage hadden in de rekening.

Na het overlijden ontdekten de broer en zus grote contante opnames, overboekingen en pinbetalingen. De zoon stelde dat zijn moeder hem mondeling toestemming had gegeven het geld te gebruiken. De rechtbank vond dat onvoldoende onderbouwd. Er waren geen schriftelijke schenkingen, geen aangiften schenkbelasting en verschillende uitgaven pasten niet bij het zuinige financiële gedrag van de moeder. Omdat de zoon als gemachtigde als enige zicht had op de geldstromen, legde de rechtbank de bewijslast bij hem. Hij kon niet aantonen dat de uitgaven rechtmatig of als schenkingen bedoeld waren.

Een beroep op verjaring voor oudere betalingen slaagde evenmin. Volgens de rechtbank konden de erfgenamen pas na het overlijden, toen zij de bankafschriften kregen, weten welke schade was ontstaan en wie daarvoor verantwoordelijk was. Daardoor begon de wettelijke verjaringstermijn pas toen te lopen.

Ook na het overlijden maakte de zoon geld over naar zijn eigen rekening. Na aftrek van uitvaart- en notariskosten bleef €63.598,69 over voor de drie erfgenamen, maar hij besteedde dat bedrag aan zijn eigen levensonderhoud, kleding en schoenen. Hij verklaarde dit uit wrok tegenover zijn broer en zus te hebben gedaan.

De zoon had de schuld aan de nalatenschap opzettelijk verzwegen. Daarom paste de rechtbank artikel 3:194 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek toe: hij verbeurde zijn volledige eigen erfdeel. Hij krijgt daardoor niets en moet de totale vordering volledig afdragen. Zijn broer en zus ontvangen ieder €95.989,68, met wettelijke rente vanaf 21 maart 2025. Daarnaast moet hij beslag- en proceskosten betalen.

Een afzonderlijke vordering van €137.327,70 tegen een neef werd afgewezen. Dat de bankpas was gebruikt op plaatsen waar de neef mogelijk aanwezig was, vormde volgens de rechtbank onvoldoende bewijs dat hij onrechtmatig had gehandeld. De broer en zus moeten hem daarom samen €4.381 aan proceskosten vergoeden.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: René van der Gijp en Johan Derksen fileren Ajax-beleid en wijzen één man aan als hoofdschuldige