Zonder popgoeroe Jan Stam (67) had het Noorden anders geklonken. 'De muziek hier is niet doods, je moet het alleen wel laten horen'
In dit artikel:
Jan Stam (67) neemt deze zomer afscheid van een loopbaan van bijna vijftig jaar waarin hij de popcultuur in Drenthe en Noord-Nederland van de grond trok. Niet als frontman met platencontracten, maar als organisator, consul, activist en mentor die infrastructuur en kansen schiep voor honderden bands, podia en festivals. Stam bouwde oefenruimtes, organiseerde talentenjachten en lobbyde langdurig bij politici voor erkenning en geld, waardoor regionale popmuziek uiteindelijk professioneel kon groeien.
Zijn muzikale belangstelling begon vroeg: als koorknaap en later als autodidact op gitaar, beïnvloed door rock als Led Zeppelin en Deep Purple. In Hoogeveen begon hij als vrijwilliger bij jeugdsoos Tinck en boekte in 1976 een jonge Normaal voor 500 gulden. Uit die pioniersfase kwamen meer initiatieven: in 1977 organiseerde hij de talentenjacht "Het Noorden is zo dood nog niet", bedoeld om noordelijke acts zichtbaar te maken. Toen popmuziek lange tijd door bestuurders werd weggezet als jeugduitspatting, reageerde Stam actiegericht: hij schreef in 1979 een knelpuntennota met concrete oplossingen en richtte begin jaren tachtig een popcollectief voor Zuid-Drenthe en Noord-Overijssel op. Zelfs een poging om via de Poppartij politiek aandacht te krijgen leverde, ondanks weinig stemmen, media-aandacht en bestuurlijke beweging op.
Een keerpunt kwam toen provinciale middelen vrijkwamen; 265.000 gulden over 2,5 jaar maakte het mogelijk professioneel te gaan werken. Dat leidde tot Stichting Pop Drenthe; in 1984 trad Stam officieel in dienst als popconsulent en bouwde de volledige lokale popinfrastructuur uit: podia, oefenruimtes, talentontwikkeling en showcases. Met zijn neus voor talent speelde hij een sleutelrol bij doorbraken: een bekend voorbeeld is Skik. Een streektaalproject leverde een bandje van Daniël Lohues op met het nummer Naor Huus; na optredens, onder meer op Eurosonic, groeide Skik uit tot een landelijke naam.
Stam profileerde zich als kritische pleitbezorger van nieuw talent. Hij waarschuwt dat de muzikale praktijk nu onder druk staat: het podiumaanbod wordt steeds meer gevuld met tributebands, wat gevestigde podia financieel sterker maakt maar concurrentie en kansen voor eigen repertoire van jonge artiesten vermindert. Daarnaast signaleert hij dat er minder nieuwe bands ontstaan, vaak door gebrek aan volharding en tijdsinvestering bij jongeren; succes vraagt volgens hem jaren werk, iets wat het publiek zelden ziet. Voor zijn inzet ontving hij vorig jaar een Lifetime Achievement Award.
Momenteel werkt Stam nog tot de zomer door om overdrachten en projecten over te dragen; pensioen voelt vreemd, temeer omdat hij zelf al plannen heeft voor een nieuw initiatief. Sinds 1975 heeft hij een omvangrijk persoonlijk archief opgebouwd — posters, foto’s, cassettebandjes, setlists en demo’s — en samen met het Drents Archief wil hij dat materiaal vanaf vermoedelijk september beschikbaar maken in een groter project. Hij denkt ook weer meer zelf te gaan componeren en opnemen, al is dat voorlopig voor zichzelf.
Persoonlijk: Jan Stam is geboren op 2 mei 1959 in Noordscheschut, woont in Oberlangen (Duitsland), heeft opleidingen in sociale academie en cultuurmanagement gevolgd, en houdt van tuinieren. Over zijn drijfveer is hij duidelijk: „Noordelijk muziektalent zien schitteren op het podium. Dat is waarvoor ik op deze aarde ben.” Zijn vertrek markeert het einde van een tijdperk van gedreven bemiddeling en infrastructuurbouw, maar de door hem opgezette netwerken en instellingen blijven de noordelijke popscene dragen.