Zonder een effectieve organisatie van mensen, kennis en kunde loopt Wilders vast in het moeras van de polder
In dit artikel:
De Duitse bondskanselier Friedrich Merz wint aan populariteit, mede dankzij zijn aangescherpte migratiebeleid, waarmee hij in peilingen stijgt van 23% naar 36%. Duitsland huisvest momenteel 442.000 Afghanen, waarvan alleen al in 2024 36.000 werden overgebracht, een praktijk die onder de regering-Merz is gestopt, anders dan onder de groene minister Annalena Baerbock. Tegelijkertijd verzet minister van Binnenlandse Zaken Alexander Dobrindt zich tegen een Duitse rechterlijke uitspraak die uitzettingen aan de grens van kansloze asielzoekers verbiedt, en benadrukt het politieke primaat om grenzen te beschermen.
In Nederland toont men zich voorlopig terughoudend; het land tekende niet mee onder negen EU-lidstaten die kritiek uiten op uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, omdat die effectief migratiebeleid zouden belemmeren. Premier Mark Rutte noemde deelname aan deze brief “een stap té ver”, wat illustratief is voor het typische Nederlandse poldermodel, waarbij eerst wordt gepolderd voordat er daadkrachtig wordt opgetreden. Buurland België en diverse andere EU-landen zoals Oostenrijk, Italië en Denemarken nemen een hardere lijn, aangestuurd door leiders als Giorgia Meloni en Mette Frederiksen, die ondanks hun politieke verschillen de noodzaak zien van strenger migratiebeleid.
Deze Europese discussie weerspiegelt ook interne politieke verschuivingen. De sociaaldemocratische Deense premier Frederiksen heeft het beleid aangescherpt na leergeld te hebben betaald aan het ruime beleid van 2015, waarbij terugkeer de kern van het asielbeleid is geworden. Italië, als EU-grensstaat, kan massale immigratie niet verdragen en zet eveneens in op het primaat van de politiek. Tegelijkertijd worstelen antimmigratiepartijen vaak met hun organisatiekracht; partijen als de Nederlandse PVV functioneren sterk rond één leider, Geert Wilders, maar missen een breed kader om politieke macht duurzaam af te dwingen. Vergelijkbare fenomenen zijn zichtbaar bij Vlaams Belang en de Zweedse Democraten, waarvan de laatste in Zweden een stevige stem heeft en het huidige strenge migratiebeleid mede mogelijk maakt.
In Duitsland kreeg de Alternative für Deutschland (AfD) na haar radicalisering in de vluchtelingencrisis veel stemmen, maar wordt politiek geïsoleerd ondanks haar status als tweede partij. Het roepen om een partijverbod op de AfD lost de onderliggende migratieproblematiek niet op. Ook in het Verenigd Koninkrijk bouwt Nigel Farage met zijn partij Reform UK voort op immigratie als belangrijk thema, maar worstelt nog met het opzetten van een effectieve organisatie.
De Nederlandse politieke praktijk, vooral zichtbaar in de samenwerking tussen PvdA en GroenLinks, laat zien dat gebrek aan een sterke interne organisatie het moeilijk maakt om stevige politieke besluitvorming te verankeren. Dit versterkt bureaucratisch centralisme en een zwakke lokale democratie, waardoor gemeenten zich vaak niet effectief kunnen verweren tegen bijvoorbeeld opvanglocaties voor asielzoekers. Kortom, succesvolle migratiepolitiek vraagt niet alleen politieke wil maar vooral een stevige, georganiseerde partijstructuur die het primaat van de politiek daadwerkelijk kan realiseren.
Vandaag Inside: Valentijn Driessen tegen Wilfred Genee In de Wandelgangen: 'Jij moet helemaal niet zeuren!'