Zomertijd is ingegaan: dit zijn de gevolgen voor je slaap en gezondheid
In dit artikel:
Afgelopen nacht schakelde België over op de zomertijd: om 02.00 uur werden de klokken een uur vooruitgezet naar 03.00 uur, waardoor we een uur minder hebben geslapen. De volgende terugkeer naar de wintertijd staat gepland in de nacht van zaterdag 24 op zondag 25 oktober 2026. De zomertijd werd in ons land in 1977 heringevoerd met het oog op energiebesparing, maar een Europees voorstel uit 2018 om een definitieve keuze te maken voor permanente winter- of zomertijd is nog niet uitgekristalliseerd omdat landen het niet eens kunnen worden.
Het uurverschil van één uur verstoort het lichaamseigen circadiaanse ritme: alle cellen volgen een 24-uurscyclus die slaap, bloeddruk en hormonen regelt. Slaapexperts noemen de omschakeling een korte jetlag; mensen voelen zich minder uitgeslapen, hebben meer vermoeidheid en concentratieverlies. Praktische gevolgen zijn meetbaar: verkeersinstituut Vias signaleert in de week na de omschakeling tot 8 procent meer ongevallen in de ochtend, en een meta-analyse van 12 studies in tien landen vond ongeveer 4 procent meer hartaanvallen de maandag na de klokverandering.
Om de nadelen te beperken kunnen kleine aanpassingen helpen. Wie moeite heeft met slapen of al slaaptekort heeft, kan de avond vóór de omschakeling vroeger naar bed gaan. Voor jonge kinderen werkt het om ze de eerste avond een halfuur vroeger te laten slapen en de komende dagen consequent vaste bedtijden aan te houden. Vermijd fel licht, vooral blauw licht van schermen, ongeveer een uur voor het slapen gaan: dat licht remt melatonine, het slaaphormoon.
De discussie over een permanente tijdsregeling draait om twee keuzemogelijkheden met elk duidelijke voor- en nadelen. Permanente wintertijd ligt het dichtst bij de zonnetijd en het natuurlijke slaapritme: in de winter is het ’s ochtends vroeger licht, wat het wakker worden en de melatonineproductie ondersteunt. Nadeel is dat avonden in de zomer korter zijn voor vrijetijdsbesteding. Permanente zomertijd geeft langere, lichte avonden in de zomer—positief voor recreatie en economie—maar zorgt in de winter voor veel later ochtendlicht (in België kan de zon begin januari pas rond 9.45 uur opkomen), wat het opstaan bemoeilijkt en mogelijk bijdraagt aan slaaptekort, vooral bij jongeren.
Kortom: de klok veranderen heeft meer effect dan één uur slaapverlies; het raakt ons biologische ritme, veiligheid en gezondheidsrisico’s. Kleine gedragsaanpassingen verkleinen de onmiddellijke impact, maar een definitieve Europese keuze tussen vaste winter- of zomertijd blijft uitstaan.