Zomergasten, Jiskefet en tien uur luchtalarm: de VPRO is al 100 jaar vrijzinnig en tegendraads

zaterdag, 30 mei 2026 (03:31) - Het Parool

In dit artikel:

De VPRO viert honderd jaar als omroep die zich ontwikkelde van een vrijzinnig-protestants initiatief tot een van de meest uitgesproken, progressieve spelers in het Nederlandse publieke bestel. Op 29 mei 1926 werd de Vrijzinnig Protestantse Radio Omroep opgericht in de Doopsgezinde Kerk aan het Singel in Amsterdam; de naam verwijst naar een minder dogmatische, liberale lezing van het geloof. Gedurende de Tweede Wereldoorlog stonden ook de uitzendingen onder Duitse censuur, en de omroep trad niet opvallend verzetzend op.

Televisie overtuigde de VPRO aanvankelijk weinig; pas op 22 april 1952 kreeg ze beperkte zendtijd. In de jaren zestig kantelde de koers: kunstenaars en avant-gardisten werden actief binnen de omroep, en een spraakmakende ledenvergadering in de Hilversumse Expohal (1968) markeerde een definitieve breuk met het behoudende verleden. Die bijeenkomst luidde de overgang in van een ‘domineesomroep’ naar een vrijzinnige, uitdagende cultuurproducent; sindsdien vervielen ook de punten in de afkorting VPRO.

De omroep bouwde een reputatie als broedplaats voor ontregelende, vaak grensverleggende televisie en radio. Iconische beeldbepalende programma’s zijn onder meer Hoepla (met Phil Bloom die in 1967 naakt verscheen en vijfduizend leden deed opzeggen), De Fred Haché Show en het Simplisties Verbond van Kees van Kooten en Wim de Bie. Op komisch-absurd vlak maakte Jiskefet (1990–2005) typetjes beroemd en speelde vormexperimentele humor een grote rol. Op radio bood de VPRO lang ruimte voor diepgravende, langlopende formats: VPRO-vrijdag vanaf 1969, Het Gebouw (1984–1993) en memorabele acties zoals het bijna tien uur durende luchtalarm in 1985 als protest tegen kruisraketten.

Journalistieke en culturele programma’s vormen sinds decennia de kern: Zomergasten, Buitenhof, Tegenlicht, Argos, OVT, Marathoninterviews en Buitenlanddocumentaires behoren tot het repertoire, terwijl Arjen Lubach een recente generatie aan publiek bereikte met een mix van satire en maatschappelijk engagement. De omroep nam cultuur serieus — van boekenprogramma’s tot muziekplatform 3voor12 — en koesterde jeugd- en jeugdcultuur met series en kinderprogramma’s die niet zelden de grenzen opzochten. De VPRO Gids, sinds 1976 wekelijks bij leden in de bus, werd een statussymbool in progressieve kring.

Tegelijk staat die identiteit onder druk door bezuinigingen vanuit Den Haag. De afgelopen jaren vielen tientallen banen, werden programma’s als Zomergasten en Vrije Geluiden geschrapt en ontstond interne onrust over verlies van eigenheid; opstappers naar commerciële omroepen worden gezien als symptoom. Om kosten te besparen werkt de VPRO samen met EO en Human aan een gezamenlijk omroephuis. VPRO-biograaf en oud-radiodirecteur Jan Haasbroek uit zorgen dat het publieke bestel te weinig tegengeluid biedt juist nu democratische instituties en informatievoorziening onder spanning staan.

Het jubileum gaat gepaard met terugblikken (onder meer in Haasbroeks boek Waar gaat het eigenlijk over? 100 jaar VPRO) maar ook met de vraag hoe de omroep haar traditie van kritische, culturele verkenning zal behouden in een krimpend en politiek gekleurd medialandschap.