Zomer 2026 was écht uitzonderlijk - maar wordt snel normaal
In dit artikel:
De meteorologische zomer van 2026 was in Nederland uitzonderlijk warm, droog en brandgevoelig. Toch wijzen klimaatwetenschappers erop dat zulke omstandigheden door de opwarming van de aarde steeds minder zeldzaam worden.
Met een gemiddelde temperatuur van 19,4 graden was dit de warmste zomer sinds het begin van de metingen. Daarmee lag 2026 ongeveer een halve graad boven het vorige record uit 2018 en ruim een graad boven de zomers van 1947 en 1976. Volgens KNMI-wetenschapper Peter Siegmund past een zomer als deze inmiddels ongeveer eens in de vijf jaar bij het huidige klimaat. Vooral de nachten bleven warm. In Zuid-Limburg werden 27 dagen boven 30 graden gemeten, tegenover minder dan tien op een gebruikelijk jaar. In Maastricht bleef het eind juni vier etmalen achter elkaar warmer dan 22 graden.
De aanhoudende warmte kwam door een lange reeks hogedrukgebieden, die voor veel zon en weinig bewolking zorgden. Daardoor warmde ook de Noordzee sterk op. Juni en juli waren in West-Europa de warmste maanden ooit gemeten, volgens Copernicus. In delen van Frankrijk en Groot-Brittannië werden bovendien uitzonderlijk hoge temperaturen geregistreerd.
De zomer leverde landelijk circa 151 millimeter regen op, ongeveer een derde minder dan normaal. Daarmee behoort 2026 tot de zes droogste zomers uit de meetreeks. Door de combinatie van zon, warmte en beperkte neerslag verdampte veel water en liep het neerslagtekort snel op. Volgens KNMI-onderzoeker Job Dullaart behoorde dat tekort tot de vijf procent meest extreme situaties en kwam een vergelijkbare zomer gemiddeld minder dan eens per twintig jaar voor.
De grondwaterstanden bleven zorgelijk, mede omdat het voorafgaande jaar al droog was geweest. Ook de Rijn kende wekenlang de geringste watertoevoer sinds het begin van de waarnemingen. De gebruikelijke bijdrage van smeltwater viel vroeg weg doordat sneeuw al snel verdwenen was. Nederlandse waterbeheerders beperkten de gevolgen onder meer met tijdelijke wateropslag, het afsluiten van het Twentekanaal en hogere peilen in het IJsselmeer en Markermeer.
Ook elders in Europa was het een zwaar brandjaar. In de Europese Unie ging een natuurgebied ter grootte van Noord-Brabant en Utrecht samen in vlammen op. Dat was minder dan in het recordjaar 2025, maar goed voor de derde plaats. Door hitte, droogte en een langer brandseizoen is het jaarlijkse verlies aan natuur sinds 2020 sterk toegenomen. Zachte, natte winters en een langer groeiseizoen zorgen bovendien voor meer begroeiing, die in een droge lente als brandstof kan dienen. Vooral de omslag van een natte winter naar een droge lente vergroot volgens World Weather Attribution het risico op natuurbranden in West-Europa.
Vandaag Inside: Johan Derksen waarschuwt Mona Keijzer: 'Dát is het gevaar!'