Zoetwaternatuur in Nederland gaat achteruit: welke soorten hebben het moeilijk? 'De Noordse woelmuis is heel bijzonder'

dinsdag, 9 juni 2026 (03:31) - Het Parool

In dit artikel:

Het Living Planet Report 2026 laat zien dat het eerdere herstel van de Nederlandse zoetwaternatuur stagneert en op sommige plaatsen alweer keert naar achteruitgang. Op nationaal niveau werden lange tijd verbeteringen gezien — dankzij bijna tienduizend vrijwilligers en organisaties als het Wereld Natuur Fonds, SoortenNL en de Zoogdiervereniging, die sinds 1990 gegevens verzamelen voor de Living Planet Index — maar nu nemen populaties van veel vissen, libellen en andere watergebonden soorten af.

Belangrijke oorzaken stapelen zich op: invasieve uitheemse soorten, veranderde waterhuishouding en menselijke belasting van watersystemen. Een voorbeeld is de sterke terugloop van de rivierdonderpad; deze bodembewonende vis profiteerde aanvankelijk van schoner water, maar sinds ongeveer 2010 is de soort vrijwel uitgedund, vooral door concurrentie en predatie door de zwartbekgrondel. Die grondelsoort bereikte onze rivieren na de openstelling van het Main-Donaukanaal (1992) en verspreidt zich snel, ook naar het Markermeer en het IJsselmeer. Andere vissen zoals de kleine modderkruiper en de bittervoorn zagen tussen 1990 en 2010 nog herstel maar staan sindsdien weer onder druk, onder meer door de inrichting van sloten en beken die weinig variatie en natuurlijke droogval bieden.

Ook niet-vissen lijden: de Noordse woelmuis, een in Nederland bijzondere soort die moerassen en drassig grasland nodig heeft, is al sinds de jaren negentig in flinke terugval. De soort verliest terrein waar peilen kunstmatig zijn verlaagd voor landbouw, waardoor woelmuizen concurrerende soorten voorrang krijgen en populaties geïsoleerd en klein blijven. Libellen tonen een gemengd beeld: zuidelijke soorten profiteren deels van opwarming, noordelijke soorten verslechteren, en de groene glazenmaker gaat achteruit doordat de Amerikaanse rivierkreeft cruciale waterplanten (krabbenscheer) vernietigt — die planten zijn nodig voor de larvale ontwikkeling. Bovendien verslechteren bestrijdingsmiddelen in afstromend water, stikstofdepositie en extreme droogte- en regenperiodes de leefomstandigheden, en dichte maaivelden langs boerensloten maken het voor inheemse soorten nog moeilijker.

Toch zijn er ook lichtpunten: soorten die succesvol terugkeerden blijven bestaan of breiden uit. De witsnuitlibel kwam terug door schoner water maar staat sinds 2020 weer onder druk door eutrofiering en onstabiele waterstanden. De kraanvogel is een opvallend succesverhaal: na ongeveer 250 jaar afwezigheid broedt de soort sinds begin deze eeuw weer in Nederland; momenteel gaat het om zo’n 81 paren, mede dankzij herstel van hoogveengebieden zoals het Korenburgerveen door het weren van vervuild boezemwater.

Kort gezegd: het eerdere herstel van zoetwaternatuur is kwetsbaar gebleken; zonder gerichte maatregelen tegen invasieve soorten, betere waterhuishouding, minder verontreiniging en klimaatadaptatie kan de recente terugval doorzetten.