Zoektocht naar 'foute' familieleden levert verrassingen op: NSB-lid hielp Joden
In dit artikel:
Bij de dodenherdenking denken Nederlanders niet alleen aan slachtoffers, maar ook aan familieleden die tijdens de Tweede Wereldoorlog als 'fout' werden bestempeld. Twee lezers van NU.nl gingen naar het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) en vonden in de dossiers nuance en onverwachte details over hun voorouders.
Bas Hendrix (46) ontdekte dat zijn oma tijdens de oorlog een relatie had met een Duitse onderofficier. Op 25 december 1943 beviel zij in de Boerhaave Kliniek in Amsterdam van een kind dat ongeveer een half jaar later overleed, vermoedelijk aan ondervoeding. Na de bevrijding van Limburg in 1944 meldde ze zichzelf bij de politie en zat enkele maanden in voorarrest als vermeende collaborateur; uiteindelijk sprak de rechter haar vrij. Op basis van getuigenverklaringen concludeerde de rechtbank dat het om een liefdesrelatie ging, niet om handelen uit winstbejag of collaboratie. Voor Hendrix bracht het inzage in de dossiers opluchting en begrip: het familielid bleek niet louter zwart-wit te passen in het stereotype van 'moffenhoer', en het langgedragen verdriet verklaarde veel familiedynamiek. Zoals Hendrix samenvat: "Het verleden is niet zo zwart-wit als het lijkt."
Annelies de Jong (63) groeide op met het verhaal dat haar oudoom 'fout' was. Haar onderzoek bij het CABR toonde een complexer beeld. Hoewel hij vanaf 1936 lid was van de Nationaal Socialistische Beweging (NSB) en propagandamateriaal ontving, getuigen verklaren dat hij Joodse buren hielp — hij bood onderduik aan en probeerde een buurman uit kamp Amersfoort vrij te krijgen. Na de bevrijding werd hij wel opgepakt; de rechtbank onthield hem kiesrechten vanwege zijn NSB-lidmaatschap maar vond de reeds uitgezeten anderhalf jaar straf voldoende en liet hem in november 1946 vrij. De verklaring van de oudoom dat zijn lidmaatschap door economische motieven was ingegeven, en het gebrek aan concrete collaboratiebeschuldigingen, waren een grote verlichting voor De Jong en haar stervende vader.
Beide gevallen illustreren hoe CABR-dossiers persoonlijke verhalen blootleggen en hoe oorlogsgeschiedenis in families kan blijven doorwerken: soms uit schaamte, soms uit onwetendheid. De archieven geven context en geven nabestaanden de mogelijkheid om ingewikkelde familieverhalen te herwaarderen, waarmee de traditionele indeling van goed en fout in de oorlog wordt gerelativeerd.