Zoektocht in composthoop leidt tot vondst die mogelijk leverkanker kan genezen
In dit artikel:
Microbiologen van Wageningen University & Research stuitten vorige week onverwacht op een veelbelovende vondst: in een composthoop bij de universiteit ontdekten ze een variant van het CRISPR‑geassocieerde enzym Cas9 en publiceerden de bevindingen in Nature. Het team, onder leiding van John van der Oost, was oorspronkelijk op zoek naar enzymen die taai plantmateriaal kunnen afbreken voor toepassingen als bioplastic, maar trof een Cas9‑variant aan die zich heel specifiek bindt aan stukken DNA waar kleine beschermende bouwstenen ontbreken — een kenmerk dat voorkomt bij cellen die ongeremd delen en tumoren vormen.
Die precisie betekent dat het eiwit gezonde cellen laat rusten en alleen de afwijkende tumorcellen herkent, iets wat in geïsoleerde celkweek al herhaaldelijk is aangetoond. Omdat CRISPR‑technieken (waarvoor onderzoekers als Emmanuelle Charpentier en Jennifer Doudna in 2020 de Nobelprijs kregen) al worden gebruikt om DNA gerichte aanpassingen te maken, opent deze natuurlijke Cas9‑variant de deur naar een mogelijk gerichte kankertherapie — met name voor leverkanker, waarover de onderzoekers spreken vanwege de praktische leveringstechniek naar de lever met zogenaamde minicapsules.
Leverkanker is een van de meest dodelijke vormen: na vijf jaar leeft gemiddeld nog ongeveer 20% van de patiënten, na tien jaar circa 12%. De Wageningse vondst biedt potentieel omdat het eiwit zich specifiek hecht aan de plekken in het genoom waar de normale remmende nucleotiden missen, en zo kankercellen zou kunnen uitschakelen zonder veel bijwerkingen op gezonde weefsels.
Er zit nog een lange ontwikkelingsroute in: komende maanden wordt onderzocht of het eiwit kankercellen daadwerkelijk kan doden, daarna volgen proeven in muismodellen om te zien of tumoren afnemen of verdwijnen. Pas daarna kunnen eerste menselijke proeven plaatsvinden; volgens de onderzoekers duurt het minimaal nog zo’n drie jaar voordat dat aan de orde kan zijn. De publicatie in Nature — een tijdschrift dat slechts een klein deel van ingediende studies accepteert — bevestigt de wetenschappelijke waarde van de ontdekking, maar de vertaling naar een veilige, werkzame behandeling vergt nog veel stappen, met name op het gebied van toediening en effectiviteit in levende organismen.