Zo wapent Europa zich tegen de grote stroom goedkope producten uit China die onze markt overspoelt

woensdag, 29 april 2026 (12:17) - Het Parool

In dit artikel:

Chinese bedrijven veroveren steeds meer marktaandeel in Europa: van zonnepanelen en elektrische auto’s tot grondstoffen voor medicijnen en chemische producten. Door massale uitbreiding van productiecapaciteit en lage prijzen stromen die goederen de Europese markt binnen, waardoor Europese makers onder grote druk staan en het EU-handelstekort met China oploopt — in 2024 bedroeg dat tekort ongeveer 305 miljard euro.

De reactie van Europa is tweeledig. Aan de ene kant zijn er handelsmaatregelen zoals importheffingen op staal en sommige elektrische auto’s en werkt de EU aan een ‘Made in Europe’-wet die eisen stelt aan overheidsopdrachten en subsidieregelingen om Europese productie te bevoordelen. Aan de andere kant nemen bedrijfsacties en lobbygroepen maatregelen: de Chinese autofabrikant BYD is bijvoorbeeld geweerd van Acea, de Europese autobrancheorganisatie, terwijl sommige Europese fabrikanten aandringen op uitstel van de verplichting om vanaf 2035 alleen nog elektrische auto’s te verkopen — een norm die Chinese exporteurs juist tegemoetkomt.

Analisten wijzen op meerdere oorzaken: China bouwde capaciteit op terwijl de binnenlandse vraag stagneerde, waardoor overtollige productie naar exportmarkten zoals Europa wordt geleid. Bovendien zijn Chinese producten vaak veel goedkoper — Chinese zonnepanelen en auto’s kunnen aanzienlijk goedkoper zijn dan Europese alternatieven — wat consumentenkeuzes beïnvloedt. Tegelijk vormt afhankelijkheid van Chinese toeleveringen een strategisch risico voor Europa, met voorbeelden van China dat leveringen of technologie-export beperkt als politieke drukmiddel (zoals eerdere beperkende maatregelen op chip- en zeldzame-aardmetalenexport).

Politiek is Europa verdeeld; verschillende leiders zoeken tegelijk handelscontacten en investeringen uit China, terwijl de EU probeert stevige tegenmaatregelen te formuleren. Economiewetenschappers en bedrijfsleiders pleiten voor een gerichte, tijdelijke protectionistische aanpak: niet permanente isolatie, maar een industriebeleid dat duidelijk prioriteiten stelt, gericht investeert in innovatie en bedrijven tijdelijk beschermt of subsidieert om concurrerend te blijven. Ook ontbreekt er volgens critici een meer ondernemende mentaliteit in Europa — de autofabrikanten zouden te traag hebben gereageerd op de elektrificatie, waardoor andere spelers, inclusief Amerikaanse en Chinese bedrijven, de leiding konden nemen.

Kortom: Europa zoekt een balans tussen open markten en strategische bescherming. De vraag is of maatregelen zoals importheffingen, aanpassingen in aanbestedingsregels en gerichte steun op tijd en doeltreffend genoeg zijn om industrieën te behouden zonder innovatie te smoren.