Thuisonderwijs tot vwo-diploma: 'We gebruikten gewone schoolboeken en toetsen'

zondag, 14 juni 2026 (13:58) - NU.nl

In dit artikel:

Recentelijk is beslist dat 2.860 Nederlandse kinderen die tot nu toe vanwege de levensbeschouwing van hun ouders vrijgesteld waren van school, toch regulier onderwijs moeten gaan volgen. Veel van die kinderen krijgen op dit moment thuisonderwijs; de beslissing leidde tot kritische reacties bij NU.nl‑lezers en tot vragen over kwaliteit en sociale ontwikkeling. Twee betrokkenen — een voormalig thuisonderwijskind en een moeder die haar kinderen thuisonderwees — schetsen hun ervaring en motivatie.

Vanya Hofmann (21) volgde tot aan haar vwo‑examen thuisonderwijs omdat haar ouders door hun christelijke geloof en vele reizen geen passende school zagen. Haar thuisleertraject was strak georganiseerd: weekplanningen, vakopdrachten, schoolboeken en toetsen uit reguliere methodes. Het grootste pluspunt ervoer ze in de mogelijkheid om tempo en diepgang aan te passen aan haar niveau; bij problemen werd het rustiger, anders ging ze sneller door de stof. Geloof en theologie speelden nadrukkelijk mee in de leerstof: naast vakinhoud werden veel gesprekken gevoerd over geloofsverdediging en zingeving. Hofmann meent niet achtergestaan te zijn in vakkennis en vindt het ontbreken van een lerarenopleiding bij haar ouders geen doorslaggevend probleem; zij kregen, vind zij, voldoende didactische steun doordat haar ouders haar goed kenden. Op het punt van sociale ontwikkeling stelt ze dat contact met andersdenkenden en leeftijdsgenoten via kerk, koor, jeugdclub en buurt gewoon voorkwam.

Annegreet van der Most (55), voormalig leerkracht in het speciaal onderwijs, koos ook vanuit levensovertuiging voor thuisonderwijs. Haar nadruk lag op talentontwikkeling, ondernemerschap en dienstbaarheid — aspecten die ze in reguliere scholen tekort zag komen. De jonge jaren waren gericht op een rijke leeromgeving (lezen, muziek, natuur, musea, creativiteit); later kwam meer structuur met planningen, methodes en toetsen. Haar kinderen volgden uiteindelijk wel regulier onderwijs: de twee oudste deden mbo, de jongste zit nu in het vierde jaar van het vwo. Bij haar meest kwetsbare kind (autisme, dyslexie, dyscalculie) bood thuisonderwijs juist ruimte om sterke kanten te ontwikkelen. Over omgaan met andersdenkenden zegt ze dat het gezin diversiteit normaliseerde door veel uiteenlopende ervaringen. Van der Most benadrukt dat in Nederland geen toezicht op thuisonderwijs bestaat; zij pleit voor ondersteuning van ouders in plaats van controle, uit vertrouwen dat de meeste gezinnen liefdevol en capabel zijn.

Beide verhalen tonen de belangrijkste argumenten in het publieke debat: maatwerk, religieuze opvoeding en flexibiliteit versus zorgen over didactische kwaliteit en socialisering. De recente verplichting om alsnog school te gaan lopen heeft het vraagstuk opnieuw in de schijnwerpers gezet.