Zo verdampt het zorggeld voor criminele jongeren in Assen en dit is waarom niemand (nog) ingrijpt
In dit artikel:
In Assen blijkt zorggeld voor de reïntegratie van criminele jongeren structureel richting de zakken van de eigenares te zijn gegaan, waardoor de forensische instelling financieel kwetsbaar raakte. De Inspectie Gezondheidszorg stelde afgelopen zomer tekortkomingen vast bij het Forensisch Centrum Adolescenten (FCA) aan de Hildegard van Bingenweg: de zorg voor reïntegrerende jongens voldeed op meerdere punten niet. Tegelijkertijd zagen de jaarcijfers grote geldstromen naar directeur-eigenares Daphne Breuker: in 2023 werd 114.000 euro als dividend uitgekeerd, en in 2024 kwam daar volgens recent gepubliceerde cijfers nog eens 269.000 euro bij. Daarnaast ging ruim tweehonderdduizend euro naar Coffee Mama, een aan Breuker gelieerde koffieonderneming.
Het probleem is dat deze uitkeringen de reserves van FCA aantasten. Zonder buffer kunnen tegenvallers en vertraagde betalingen – die zich vorig jaar ook voordeden – niet opgevangen worden; personeel klaagde over te laat uitbetaald salaris. De zaak roept geen loutere boekhoudkundige vragen op, maar bestuurlijke: is het acceptabel dat een instelling die met publieke middelen werkt als een interne bank fungeert?
De inspectie bracht haar financiële bevindingen niet zelf bij alle relevante inkopende gemeenten onder de aandacht, maar meldde ze aan de toezichthouder van de gemeente Assen. Dat bleek onvoldoende, omdat in 2023 en 2024 juist geen jongeren uit Assen bij het FCA waren geplaatst; de gemeenten die wél zorg afnamen kregen geen waarschuwing. Daardoor bleef de rechtmatigheid van bestedingen in praktijk onbesproken en ontstond een toezichtsvacuüm dat de ruimte gaf om gelden naar de eigenares en aanverwante bedrijven te laten vloeien.
Inhoudelijk stelde FCA een verbeterplan op; aanvankelijk vond de inspectie het te mager. Na aanscherping keurde de inspectie het plan goed en verwacht dat FCA de maatregelen uitvoert, met de mogelijkheid van een vervolgbezoek. De zaak illustreert een breder governanceprobleem rond publieke inkoop, gefragmenteerd toezicht en financiële verhoudingen tussen zorginstellingen en hun eigenaren.