Zo start je morgen met 'loose parts play' op de kinderopvang en bso
In dit artikel:
Loose parts play zet eenvoudige, niet-vaste materialen in (dozen, touwen, takken, stenen, kleden, oude banden) waarmee kinderen vrij kunnen bouwen, ontdekken en bewegen. In de kinderopvang stimuleert dit spel creativiteit, eigen initiatief en samenwerking: kinderen overleggen bij het creëren van een ‘sloopzone’ of bedenken samen oplossingen voor praktische uitdagingen. Pleun Schaeffer (Speelmakers) zegt dat het juist de eenvoud is die het initiatief van kinderen prikkelt.
Experts benadrukken meerdere ontwikkelingsvoordelen. Volgens Denise Castano Rosario (Brancheorganisatie Kinderopvang) bevordert het sociale vaardigheden en groepsdynamiek; Hilde Krajenbrink (Kenniscentrum Sport & Bewegen) wijst op motorische ontwikkeling; en Zeina Bassa (VeiligheidNL) benadrukt dat kinderen zowel fysieke als cognitieve vaardigheden oefenen wanneer ze zelf oplossingen vinden — een proces dat snel zichtbaar resultaat geeft in hun handelen. Loose parts play sluit bovendien goed aan bij de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK), omdat het pedagogisch en veiligheidsbeleid concreet maakt in de dagelijkse praktijk.
Praktisch advies voor pedagogisch professionals: zorg voor geschikte materialen en een ruimte waar vrij spel mogelijk is, houd toezicht maar grijp alleen in bij reëel veiligheidsrisico, en begin klein — bijvoorbeeld door morgen al een krat met losse materialen klaar te zetten. Het artikel verscheen eerder op Ruimte voor de Jeugd; foto’s zijn van Speelmakers. Extra context: het loose-parts‑idee gaat terug op het werk van ontwerpers en pedagogische denkers die creatief, open spel aanmoedigen als basis voor leren en ontwikkeling.