Zo moet Amsterdam veiliger worden volgens politieke partijen: 'De gemeente de baas'
In dit artikel:
In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen spannen Amsterdamse partijen zich in om het veiligheidsvraagstuk centraal te zetten, maar over de aanpak lopen ze sterk uiteen. Vrijwel alle partijen erkennen dat bepaalde groepen — vooral vrouwen, minderheden en mensen uit de lhbtq-gemeenschap — zich onveiliger voelen in de publieke ruimte. De meningen verschillen vooral over de vraag of dat met meer blauw en handhaving moet worden bestreden, of met preventie en het wegnemen van sociale oorzaken.
Rechts georiënteerde partijen zoals VVD, CDA en Forum voor Democratie leggen de nadruk op handhaving: meer politie, extra handhavers en zichtbaar toezicht moeten de straat teruggeven aan gewone bewoners. VVD wil onder meer 500 extra permanente handhavers; het CDA pleit voor 300 extra handhavers en speciale teams tegen drugsmaffia’s. Preventief fouilleren en uitbreiding van cameratoezicht worden door deze partijen als effectieve instrumenten gezien om wapenbezit en georganiseerde criminaliteit te bestrijden.
Tegenover die harde lijn staan partijen die veiligheid vooral als sociaal en preventief vraagstuk benaderen. GroenLinks, Bij1, PvdA, D66, Volt en Partij voor de Dieren drukken erop dat repressie alleen niet volstaat; aandacht voor zorg, gelijke kansen, buurtcoaches en dialoogprogramma’s moet geweld en intimidatie bij de wortel aanpakken. De PvdA wil middelen eerlijker verdelen en in elke buurt een zichtbare wijkagent; GroenLinks waarschuwt tegen een eenzijdige focus op repressie. BIJ1 en anderen benadrukken dat activering en ongelijkheidsbestrijding bijdragen aan echte veiligheid.
Criminele fenomenen zoals drugscriminaliteit, plofkraken en steekpartijen domineren het debat omdat ze volgens meerdere partijen de stad ondermijnen en jongeren in gevaar brengen. Partijen verschillen over de analyse: sommige frames zijn strafrechtelijk en handhavingsgericht, andere zien onderliggende kwetsbaarheid en uitbuiting als uitgangspunt voor beleid.
Ook polarisatie rond demonstratierecht speelt dit verkiezingsdebat, aangescherpt door recente pro-Palestina-protesten. Hoewel iedereen het recht op demonstreren erkent, vinden rechtsere partijen blokkades, bezettingen en geweld onacceptabel en willen ze maatregelen zoals een verbod op gezichtsbedekking bij demonstraties. Linkse en middenpartijen (onder meer D66, GroenLinks, Volt, SP, Denk, Partij voor de Dieren en BIJ1) waarschuwen dat protesteren niet als veiligheidsprobleem behandeld mag worden en pleiten voor ruime facilitering van vreedzaam protest.
Kortom: in Amsterdam botsen twee logica’s — meer handhaving versus meer preventie en sociale aanpak — terwijl concrete voorstellen variëren van extra agenten en cameratoezicht tot buurtgerichte programma’s en investeringen in ongelijkheidsbestrijding. De keuze tussen die paden zal bepalend zijn voor hoe de stad het gevoel van veiligheid en de eigen openbare ruimte wil herstellen. Auteur Marcel Wiegman, journalist bij Het Parool, analyseert deze politieke verdeeldheid en de beleidskeuzes die op tafel liggen.