Zo kwam de Inspectie op ramkoers met journalisten over obesitasmedicijnen: 'Heel bedreigend'

donderdag, 20 augustus 2026 (20:13) - De Volkskrant

In dit artikel:

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) treedt strenger op tegen journalistieke publicaties en uitzendingen over geneesmiddelen die artsen kunnen voorschrijven bij ernstig overgewicht. Volgens de toezichthouder kunnen zulke producties publieksreclame vormen voor receptmedicijnen. Media, journalisten en belangenorganisaties vrezen dat daardoor kritische berichtgeving wordt ontmoedigd en de persvrijheid onder druk komt te staan.

Aanleiding was onder meer een uitzending van de talkshow van Eva Jinek in mei 2025. Journalist Antoinnette Scheulderman vertelde daarin dat zij na jarenlange vergeefse pogingen om af te vallen met behulp van een voorgeschreven middel in drie maanden tien kilo was kwijtgeraakt. Ze beschreef positieve effecten op haar lichaam en mentale welzijn en moedigde mensen die het middel overwegen aan dit met hun arts te bespreken. De IGJ stelde dat deze uitlatingen neerkwamen op reclame en stuurde Scheulderman een officiële waarschuwing. Bij een nieuwe overtreding binnen twee jaar kan een bestuurlijke boete volgen.

Ook omroep AvroTros kreeg een sanctie voor de uitzending. Hoofdredacteur Marnix van Egmond bestrijdt dat het programma reclame maakte: merknamen en logo’s waren volgens hem vermeden, er was een arts aanwezig en er werd ook gewezen op leefstijl, medische begeleiding en mogelijke bijwerkingen. Uit vrees voor verdere maatregelen haalde de omroep het item offline. Scheulderman zag bovendien af van een voorgenomen boek over afslankmedicatie, omdat zij na contact met de inspectie grote financiële risico’s zag bij een positieve beschrijving van haar eigen ervaringen of die van anderen.

De IGJ richtte zich niet alleen op televisie. Ook kranten en tijdschriften, waaronder Flair, het Algemeen Dagblad, de Volkskrant en NRC, kregen boetes voor artikelen over middelen tegen obesitas. Bij de Volkskrant en NRC ging het om wetenschapsjournalistieke stukken over nieuwe onderzoeksresultaten. Volgens de betrokken redacties plaatsten de artikelen juist kanttekeningen, beschreven ze onzekerheden en verwezen ze naar de onderliggende studies.

DPG Media kreeg aanvankelijk een boete van 72.000 euro voor drie publicaties in het AD en de Volkskrant. Na bezwaar werd dat bedrag vastgesteld op 51.000 euro. De Volkskrant en NRC vinden dat de beboete stukken evenwichtige berichtgeving waren en waarschuwen dat media nauwelijks nog over nieuwe geneesmiddelen kunnen schrijven als dergelijke artikelen worden bestraft. NRC kreeg onder meer kritiek op het noemen van merknamen en op een verwijzing naar een studie waarin bij alle deelnemers enig effect werd vastgesteld. De inspectie vond dat lezers daardoor konden denken dat het middel voor iedereen werkt en beter is dan alternatieven.

De discussie draait om de wettelijke definitie van publieksreclame. De Geneesmiddelenwet verbiedt reclame voor geneesmiddelen die uitsluitend op recept verkrijgbaar zijn. Daaronder valt volgens de wet iedere beïnvloeding die bedoeld is om het voorschrijven, verstrekken of gebruiken van een middel te stimuleren. De redacties stellen dat hun doel niet verkoop of beïnvloeding is, maar onafhankelijke informatievoorziening. Zij beroepen zich daarnaast op de grondwettelijke bescherming van de persvrijheid.

Volgens Martin Buijsen, hoogleraar gezondheidsrecht aan de Erasmus Universiteit, kijkt de IGJ echter vooral naar het mogelijke effect van een publicatie op het publiek. De intentie van de journalist of redactie is daarbij niet doorslaggevend. Een publicatie kan volgens hem dus als reclame worden gezien wanneer lezers er eerder door geneigd raken een geneesmiddel te gebruiken. Buijsen begrijpt dat de inspectie optreedt, omdat het gebruik van obesitasmedicatie voor cosmetische doelen sterk is toegenomen, dubieuze aanbieders actief zijn en de langetermijngevolgen nog niet volledig bekend zijn.

De wettelijke regels bestaan al langer, maar redacties signaleren dat de handhaving recent is geïntensiveerd. De IGJ legde volgens eigen opgave vier boetes op in 2023, tien in 2024 en zes in 2025. De toezichthouder zegt zowel op basis van eigen waarnemingen als na meldingen van burgers op te treden. Media genieten volgens de IGJ extra bescherming vanwege de persvrijheid, maar die bescherming geldt niet wanneer een journalistieke uiting volgens de toezichthouder publieksreclame voor een receptgeneesmiddel bevat.

Een eerder zichtbaar conflict ontstond rond de PowNed-documentaire over afslankmedicatie uit 2024. Presentator Filemon Wesselink gebruikte daarin zelf een diabetesmiddel om de effecten te laten zien. De makers onderzochten daarnaast met een verborgen camera hoe gemakkelijk sommige klinieken dergelijke middelen voorschreven. Na contact met de IGJ vreesde PowNed een boete van minstens 150.000 euro. De documentaire ging uiteindelijk door, maar met waarschuwingen over bijwerkingen en medisch toezicht. Merknamen en delen van het beeld werden afgeschermd.

Ook het programma Kassa onderzocht websites die afslankmiddelen aanbieden zonder dat een Nederlandse arts de patiënt persoonlijk heeft beoordeeld. De IGJ kondigde daarop onderzoek naar de betrokken websites aan, maar gaf geen actuele informatie over de voortgang. Volgens redacties zijn sommige van die sites nog steeds online, terwijl de toezichthouder tegelijk streng optreedt tegen media die erover berichten.

Journalistenvakbond NVJ noemt de hoge boetes schadelijk voor de persvrijheid en vreest zelfcensuur. Mediajurist Jens van den Brink, die DPG Media bijstaat, stelt dat de huidige uitleg van de regels het publiceren over geneesmiddelenonderzoek vrijwel onmogelijk kan maken. Zelfs berichtgeving over een veelbelovend nieuw kankermedicijn zou dan riskant kunnen zijn als lezers daardoor denken dat zij het middel willen hebben.

De IGJ zegt niet exact te kunnen aangeven wanneer informatie in reclame overgaat. Dat zou per geval afhangen van onder meer de context, de verhouding tussen voor- en nadelen en de combinatie van tekst en beeld. Het aanprijzende karakter is volgens de inspectie beslissend. Daardoor weten redacties niet of het noemen van een merknaam, het citeren van een positieve artsenreactie of het gebruik van termen als afslankmedicatie tot een sanctie kan leiden. Een rechter oordeelde eerder dat vermeldingen van de medische achtergrond en bijwerkingen een overwegend lovende toon niet automatisch wegnemen.

DPG Media gaat tegen die uitspraak in hoger beroep bij de Raad van State. Het Genootschap van Hoofdredacteuren heeft minister Sophie Hermans om spoedig overleg gevraagd. De hoofdredacteuren willen duidelijkere criteria en zoeken naar manieren om boetes te voorkomen zonder de journalistieke vrijheid verder te beperken. Ook Buijsen vindt de geboden rechtszekerheid onvoldoende.

Mediahistoricus Huub Wijfjes wijst erop dat de Geneesmiddelenwet geen helder onderscheid maakt tussen journalistiek, voorlichting en commerciële reclame. Volgens hem vervult de journalistiek juist een publieke taak door ontwikkelingen rond veelgebruikte geneesmiddelen kritisch te onderzoeken, ook wanneer de werking deels positief wordt beschreven. Hij vindt daarom een principiële uitspraak en mogelijk aanpassing van de wet noodzakelijk. Zonder duidelijke regels kunnen media terughoudend worden, terwijl het publiek voor informatie steeds meer afhankelijk raakt van influencers en buitenlandse sociale media.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Valentijn Driessen doet boekje open over Peter Bosz: ‘Dat vind ik onfatsoenlijk!’