Zo gaan kindermisbruikers te werk: 'De manipulatieve plegers groomen, geven affectie en cadeaus'
In dit artikel:
Volgende week dient de zaak tegen de 66‑jarige Jan B., een invalkracht die op meerdere Amsterdamse kinderdagverblijven werkte en wordt verdacht van het misbruiken van dertien kinderen en grootschalig bezit van kinderporno. De verdenkingen stapelden zich op nadat B. op 26 november 2025 werd betrapt in kinderdagverblijf De Kaap in Amsterdam‑Oost, toen een vaste medewerker zag hoe hij een tweejarig meisje onzedelijk betaste. Kort daarna werd in zijn woning onder meer een kindersekspop aangetroffen en bleek hij in bezit van kinderpornomateriaal; zijn website verdween enkele dagen nadat de zaak op 2 maart naar buiten kwam.
B. profileerde zich geraffineerd als kinderzorgprofessional. In 2023 richtte hij het eenmansbedrijf BMA Zorgservice op en presenteerde zich online als ervaren pedagogisch medewerker voor kinderen van 0 tot 12 jaar, ook met speciale zorgbehoeften. Op zijn site stonden verzorgde foto’s van spelende peuters en hij bood zelfs logeerzorg aan. Ouders en opvanglocaties zouden daardoor vertrouwen in hem hebben gekregen; volgens experts is dat een bekende werkwijze van plegers die kinderen willen bereiken.
Forensische specialisten en onderzoekers plaatsen B. binnen een veelgenoemde typologie van daders met een seksuele voorkeur voor kinderen: het manipulatieve type. Dergelijke plegers zijn vaak sociaal vaardig, creeëren een band met ouders en kinderen, geven aandacht of cadeaus en richten zich soms bewust op kwetsbare kinderen of situaties met een lage pakkans. Andere onderscheiden typen zijn meer teruggetrokken daders die uit een tekort aan sociale vaardigheden toch affectie zoeken, en sadistische daders die geweld gebruiken.
Behandelaars en onderzoekers benadrukken dat de groep plegers heterogeen is; achtergronden, intelligentie en motieven lopen sterk uiteen. Veel daders hebben zelf problematische jeugdachtergronden, zoals verwaarlozing, mishandeling of seksueel misbruik. In de behandeling wordt daarom gekeken naar persoonlijke geschiedenis, context van het delict en risicofactoren, met als doel herhaling te voorkomen. Tegelijk wijzen deskundigen erop dat de meeste mensen met pedofiele gevoelens geen strafbare handelingen plegen, en dat bij ontmaskering vaak gevoelens van schuld en schrik optreden. Recidivecijfers zijn volgens behandelaren relatief laag op de lange termijn (rond 10–15 procent), maar het grootste deel van seksueel misbruik van kinderen (ongeveer 80–90 procent) blijft onopgemerkt.
De zaak roept ook vragen op over toezicht en werving in de kinderopvang. B. beschikte over een VOG, maar deskundigen noemen die verklaring weinig betrouwbaar als enige screeningsmiddel omdat veel misbruik niet bij justitie bekend raakt. De sector kampt met personeelstekorten en schakelt daardoor vaak invalkrachten in, waardoor inzicht in achtergrond en kwaliteit soms beperkt is. Experts pleiten voor strengere screening van mensen die in de kinderopvang willen werken en voor betere arbeidsvoorwaarden om vast personeel te behouden. Opmerkelijk vonden zij dat B., voormalig hogeschooldocent, een laag tarief vroeg als oppas, iets dat aanleiding geeft tot extra waakzaamheid.
Het artikel is geschreven door Hanneloes Pen, ervaren nieuwsverslaggever bij Het Parool.