Zo gaan Christine (24) en Boas (24) uit Groningen het liefst de deur uit. 'Kleding uit die tijd heeft veel meer charme en kwaliteit'
In dit artikel:
Christine Baas (24) en haar vriend Boas van den Donker (24) uit Groningen lopen vrijwel dagelijks in kleding van zo’n honderd jaar oud: outfits uit de jaren 10 tot en met 50. Ze dragen die stijl buiten werktijd bijna altijd — niet als carnavalskleding, maar als hun normale verschijning. Christine zegt dat ze zich vooral onderscheidt omdat ze “niet zoals iedereen” wil ogen; Boas waardeert de kwaliteit en details van oude pakken en accessoires, zoals het horloge-kettinkje van zijn opa.
De fascinatie begon bij Christine via de serie Peaky Blinders en haar belangstelling voor geschiedenis; zij introduceerde Boas in de stijl nadat ze elkaar leerden kennen bij een begeleid wonen-project in Lewenborg. Inmiddels verzamelen en repareren ze veel zelf: via internet, vintagezaken, rommelmarkten en kringloopwinkels vinden ze onderdelen, Christine maakt soms kragen en herstelt kleding met een oude Singer en handwerk. Ze combineren historische elementen — knoopjes, manchetknopen, hoge kragen — en hebben samen tientallen outfits waarmee ze variëren, van knickerbockers tot Edwardiaanse jurken.
De reacties in het dagelijks leven zijn gemengd. Veel oudere voorbijgangers tonen interesse en geven complimenten; soms willen mensen een foto. Maar ze krijgen ook pesterijen en incidenten: er is materiaal vernield en gestolen, en Christine kreeg ooit een blikje tegen zich aangooid tijdens spot vanwege haar Victoriaanse kap. Ondanks dat zien ze hun kledingkeuze niet primair als politiek statement, al stoort Christine het consumptieve karakter van fast fashion; Boas benadrukt dat repareren en lang gebruiken logischer is.
Modehistoricus Birthe Weijkamp (36) plaatst hun stijl in een bredere beweging: mensen zoeken een afwijkende, herkenbare subcultuur en verlangen naar de esthetiek van een tijd die ze zelf niet hebben meegemaakt. Weijkamp kleedt zich ook historisch aan, maar benadrukt dat ze geen terugwil naar de maatschappelijke realiteit van die periodes — ze ziet kleding als een spelmiddel en kunstuiting. Volgens haar is het moeilijk om volledig authentieke stukken van rond 1900 te vinden; outfits uit de jaren 30–40 geven vaak het beste “echte” plaatje. Over Christine en Boas zegt ze dat hun keuzes goed doordacht zijn, ook al zijn ze niet volledig historisch correct.
De populariteit van Peaky Blinders heeft de vraag naar traditionele pakken verder aangewakkerd. Rogier Willems van herenmodezaak The English Hatter, die een filiaal opende aan het Akerkhof in Groningen, ziet klanten van verschillende generaties kiezen voor tijdloze klassiekers als tegenhanger van fast fashion. Ook verhuurbedrijven zoals Eringa in Opende merken veel vraag naar “Peaky Blinders”-achtige pakken en jurken voor thema-avonden en evenementen; eigenaren speuren rommelmarkten en zolders af naar bijzondere vondsten.
Christine en Boas verwachten dat historische kleding een blijvend onderdeel van hun leven blijft. Ze combineren ambachtelijkheid, passie voor details en een voorkeur voor duurzame, goed gemaakte stukken — en bewegen zich daarmee tussen nostalgie, subculturele identiteit en een moderne afkeer van wegwerpmode.