Zo drijft de overheid grondprijzen op - en creëert ze problemen op het platteland
In dit artikel:
De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) waarschuwt dat Nederlands overheidsbeleid onbedoeld de prijs van landbouwgrond opdrijft, wat een keten van problemen op het platteland versterkt: milieuvervuiling, hoge schulden bij boeren, vertrek van jonge boeren, krimpende voorzieningen en belemmeringen voor woningbouw, defensie en energieprojecten. Het advies werd onlangs aan demissionair landbouwminister Femke Wiersma (BBB) overhandigd en bouwt voort op onderzoek van Follow the Money.
Feiten en gevolgen
- Nederland gebruikt meer dan twee derde van het land als landbouwgrond en heeft de duurste landbouwgrond ter wereld: gemiddeld bijna €100.000 per hectare. Ter vergelijking: België iets meer dan de helft daarvan, Duitsland circa €30.000.
- Hoge grondprijzen maken het vrijwel onmogelijk voor nieuwe en jonge boeren om toe te treden; gezinnen vertrekken, winkels en scholen verdwijnen en het sociale weefsel verzwakt.
- Sinds 1950 is landbouwgrond reëel jaarlijks gemiddeld ongeveer 3% in waarde gestegen; in nominale termen ruim 6%. Grond met de potentie voor herbestemming (bijvoorbeeld naar woningbouw) kan tot vijftien keer in waarde stijgen, wat speculatie aanmoedigt.
Hoe beleid de prijs opdrijft
De Rli rekent voor dat veel fiscale regelingen en subsidies grondprijzen omhoog duwen:
- Vrijstellingen en kortingen: de onroerendezaakbelasting (OZB) voor agrarische grond kost de schatkist jaarlijks meer dan €630 mln door vrijstellingen. De landbouwvrijstelling (geen belasting over waardestijging zolang grond landbouwgrond blijft) kost circa €2,1 mrd per jaar. Andere regelingen: bedrijfsopvolgingsregeling (~€700 mln) en vrijstelling overdrachtsbelasting landbouwgrond (~€279 mln).
- Europese tegemoetkomingen: ruim €1 mrd per jaar aan directe landbouwsubsidies, grotendeels hectaregebaseerd.
- Stoppersregelingen en uitstapgelden leiden ertoe dat vertrekkende veehouders met compensatie vaak meer grond aankopen of grond in andere vormen blijven exploiteren, wat de vraag verder ophoogt.
- Door deze mix van fiscale voordelen en subsidies wordt grond gezien als stabiele, aantrekkelijke investering en pensioenvoorziening; opbrengsten worden grotendeels geprivatiseerd terwijl nadelige beslissingen vaak publiekelijk gecompenseerd worden. Dat vergroot speculatie en verkleint risico voor kopers.
Rli-aanpak en beleidsvoorstellen
De Raad pleit voor een veel actiever en doelgerichter grondbeleid:
- Afschaffen of herzien van fiscale privileges en subsidies die prijsopdrijving bevorderen, en het onderzoeken van een planbatenheffing: een heffing op winst die grondeigenaren boeken bij bestemmingswijziging (bestaat al elders, zoals in België).
- Duidelijker ruimtelijke ordeningsbeleid om te voorkomen dat ‘warme grond’ speculatie oproept: heldere keuzes waar wél en niet gebouwd mag worden.
- Introductie van een nieuwe bestemmingscategorie ‘landschapsgrond’ voor maatschappelijk gerichte landbouw (combinatie voedselproductie, natuur, zorg, recreatie). Daar horen strengere regels voor emissies en mogelijk hogere subsidies om inkomensverlies te compenseren.
- Financiële instrumenten als rood-voor-groen-financiering om op- en afwaarderingen tussen gebieden te verevenen.
- Meer directe staatsinterventie mogelijk maken: grondbanken die transacties toetsen en zonodig kopen (zoals in Duitsland en Frankrijk), en waar nodig dwingende instrumenten inzetten zoals herverkaveling of onteigening.
Waarom dat nodig is
De Rli stelt dat vrijwillige maatregelen onvoldoende zijn voor de omvangrijke maatschappelijke opgave rond stikstof, woningbouw, defensie en energie. Zonder stevig en coherent grondbeleid blijven prijzen hoog en blijft ruimte schaars en slecht toewijsbaar. Tegelijk wil de Rli een onderscheid maken tussen topgrond (waar hoogproductieve landbouw moet blijven mogelijk zijn) en gebieden die meer een landschaps- of buffervoorziening moeten krijgen.
Kortom: de Rli concludeert dat de overheid zichzelf in de voet schiet door via fiscale en subsidiële instrumenten grondprijzen te stimuleren. Als Nederland ruimte wil maken voor natuur, woningen, energie en defensie, moet het grondbeleid systematisch worden hervormd en mag de staat niet langer een passieve toeschouwer zijn op de grondmarkt.